Raad voor Cultuur: overheid, sector en onderwijs moeten artistieke vrijheid actief beschermen

Raad voor Cultuur: overheid, sector en onderwijs moeten artistieke vrijheid actief beschermen

De Raad voor Cultuur roept de politiek, culturele sector en onderwijs op om artistieke vrijheid actiever te beschermen. In het advies Maken (z)onder druk stelt de raad dat de druk op makers en instellingen toeneemt en dat bestaande waarborgen alleen niet volstaan. Actief handelen is nodig om de ruimte voor kunst in het publieke domein te behouden.

De Raad voor Cultuur roept de politiek, culturele sector en onderwijs op om artistieke vrijheid actiever te beschermen. In het advies Maken (z)onder druk stelt de raad dat de druk op makers en instellingen toeneemt en dat bestaande waarborgen alleen niet volstaan. Actief handelen is nodig om de ruimte voor kunst in het publieke domein te behouden.

De raad baseert zich op signalen uit de sector dat kunstuitingen steeds vaker onderwerp zijn van fel maatschappelijk debat. Dat varieert van kritiek op programmering tot intimidatie en bedreiging. Volgens de raad is deze ontwikkeling niet uniek voor de kunsten, maar ook zichtbaar in domeinen als journalistiek, wetenschap en rechtspraak. De consequentie kan zelfcensuur zijn, met verschraling van het publieke debat tot gevolg.

Hoewel artistieke vrijheid is vastgelegd in nationale wetgeving en internationale verdragen, benadrukt de raad dat het handelen van volksvertegenwoordigers en bestuurders doorslaggevend is. Terughoudendheid is daarbij cruciaal: inhoudelijke oordelen van de overheid over kunstuitingen vergroten volgens de raad de maatschappelijke druk op makers. De raad pleit daarnaast voor een explicietere wettelijke verankering van artistieke vrijheid.

Ook instellingen hebben een actieve rol. Zij moeten het publieke belang van kunst blijven uitdragen, het gesprek met het publiek organiseren en organisatorisch voorbereid zijn op controverse. Onderlinge solidariteit binnen de sector en het beschermen van makers en instellingen die onder druk komen te staan, zijn volgens de raad randvoorwaarden voor een weerbare sector.

Het advies onderstreept het belang van kunst in het onderwijs, gekoppeld aan burgerschapsvorming. Kunst kan bijdragen aan begrip voor uiteenlopende perspectieven en aan het voeren van maatschappelijke gesprekken. Kunstopleidingen hebben daarbij de taak studenten toe te rusten voor debat over hun werk en hun positie in de samenleving.

Het advies is opgesteld door een onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van Paul Schnabel en aangeboden aan demissionair minister Gouke Moes van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Categorie: Algemeen

Lees dit artikel op EB & LIVE