O. publiceert rapport over toekomst Nederlandse musicalsector

— Arnold Le Fèbre

O. publiceert rapport over toekomst Nederlandse musicalsector

Tijdens O. 2026 is het rapport Musicaloptimisme, van momentum naar fundament gepresenteerd. Het rapport, geschreven door Eline de Jong in opdracht van O., concludeert dat de Nederlandse musicalsector momenteel groeit, maar dat een duurzame publieke ontwikkelinfrastructuur ontbreekt.

Het rapport volgt op het Musical SympOsium dat op 29 mei tijdens O. 2026 plaatsvond. Ongeveer negentig professionals uit de musicalsector gingen daar met elkaar in gesprek over de positie en toekomst van het genre. Daarnaast is het rapport gebaseerd op gesprekken met 25 professionals uit verschillende delen van de sector.

Volgens de auteurs bevindt de Nederlandse musical zich in een periode van groei. Jonge makers en collectieven ontwikkelen nieuw werk, gevestigde gezelschappen omarmen het genre en steeds meer theaters programmeren nieuwe Nederlandse musicals.

Tegelijkertijd ontbreekt volgens het rapport de structurele infrastructuur om die ontwikkeling duurzaam voort te zetten. Het CBS registreerde over 2024 ruim 2,7 miljoen musicalbezoeken, een stijging van 10% ten opzichte van een jaar eerder. Musical vertegenwoordigt daarmee bijna 80% van alle bezoeken aan muziektheater.

Drie structurele knelpunten

Het rapport identificeert drie structurele knelpunten. Allereerst ontbreekt volgens de auteur een opleidings- en ontwikkeltraject voor gespecialiseerde makers, waaronder schrijvers, componisten, regisseurs, dramaturgen en muzikaal leiders.

Daarnaast constateren zij dat makers na hun eerste stappen onvoldoende mogelijkheden hebben om door te groeien naar grotere producties. Ook ontbreekt een structurele ontwikkelinfrastructuur waarin nieuwe musicals via workshops, leesvoorstellingen en ontwikkeltrajecten kunnen worden getest en doorontwikkeld voordat zij in productie gaan.

De auteurs benadrukken dat het rapport geen kritiek levert op de commerciële musicalsector. Die sector is na de coronaperiode grotendeels hersteld, maar vraagt de ontwikkeling van nieuw repertoire en nieuwe makers om een publieke infrastructuur die ruimte biedt aan experiment, ontwikkeling en talent.

Voorstel voor landelijke ontwikkelinfrastructuur

Naast de analyse doet Musicaloptimisme een voorstel voor een landelijk opererende ontwikkelinfrastructuur met vijf kerntaken. Die richten zich op het opleiden van gespecialiseerde makers, de ontwikkeling van nieuw repertoire, het presenteren van werk in ontwikkeling, kennisdeling binnen de sector en de verbinding tussen ontwikkeling en het reguliere theater- en productiecircuit.

Onderdeel van het voorstel is een gefaseerd ontwikkelmodel waarin nieuwe musicals via schrijfopdrachten, ontwikkeltrajecten, leesvoorstellingen en workshops kunnen doorgroeien naar een volwaardige productie. Daarnaast pleit het rapport voor een landelijke showcase waar nieuw Nederlands musicalwerk kan worden gepresenteerd aan programmeurs, producenten, pers en publiek.

Zeven aanbevelingen

Het rapport sluit af met zeven aanbevelingen. Daarin roepen de auteurs onder meer het ministerie van OCW, de Raad voor Cultuur en het Fonds Podiumkunsten op musical als volwaardige discipline binnen het publieke bestel te erkennen en de voorgestelde ontwikkelinfrastructuur structureel te verankeren.

Daarnaast adviseren zij het Fonds Podiumkunsten de bestaande regeling voor vrije theaterproducenten opnieuw in te richten als brugfonds voor nieuw Nederlands repertoire, nieuwe makers en samenwerking tussen publieke en commerciële partijen.

Lees het rapport hier.

Categorie: Theater & Musical

Lees dit artikel op EB & LIVE