Min Taka: 'Experimentele pop met ruimte voor allerlei invloeden'

Min Taka: 'Experimentele pop met ruimte voor allerlei invloeden'

Met een Nederlandse clubtour in het vooruitzicht en de recent verschenen EP I Think We Should Move In Together is het een perfect moment om bij te praten met de van origine Turkse artiest Min Taka (echte naam Yasemin Koyuncu) over de door haar zelf bestempelde muziekstijl ‘pixie pop’.

Met een Nederlandse clubtour in het vooruitzicht en de recent verschenen EP I Think We Should Move In Together is het een perfect moment om bij te praten met de van origine Turkse artiest Min Taka (echte naam Yasemin Koyuncu) over de door haar zelf bestempelde muziekstijl ‘pixie pop’.

Hoe ben je vanuit Istanboel in Nederland terechtgekomen om muziek te studeren?

Koyuncu: “Ik was op jonge leeftijd altijd al bezig met muziek, ik greep alles aan om ­muzikaal bezig te zijn. Na de middelbare school wilde ik graag in het buitenland ­studeren en het was mijn droom om ­muziek te studeren aan een conservatorium. Ik ­legde de lat meteen hoog en ­meldde mij aan bij Berklee College of Music in Boston, en tot mijn verbazing werd ik aangenomen. Maar na één semester brak in Turkije een economische crisis uit. De ­dollar steeg enorm en ondanks de beurs die ik ontving, kon ik het niet meer betalen. Toen kwam Nederland in beeld. Mijn zus studeerde hier al en ik kende een paar conservatoria. Ik ben toen koortsachtig gaan mailen of ik ­ergens terechtkon. Uiteindelijk mocht ik een late auditie doen en werd ik aan­genomen bij Codarts in Rotterdam. Daar ben ik begonnen met de studie jazz vocals.”

Hoe beviel Codarts en de stad Rotterdam?

“Toen ik voor het eerst in Rotterdam kwam, vond ik het eerlijk gezegd helemaal niks. Inmiddels houd ik van de stad, maar in het begin was het lastig. Ik kwam uit een ­miljoenenstad, waar ik midden in het ­centrum was opgegroeid, en ineens ­bevond ik me op een plek die te klein leek om een echte grote stad te zijn, maar ook te groot om een dorp te voelen. De jazz­opleiding bleek bovendien een competitieve, mannelijke en soms vreemde ­omgeving. Als zangeres moest je je profileren alsof je een instrumentalist was. Technisch en ­theoretisch vond ik het allemaal interessant en leerzaam – als basis heb ik er veel aan gehad – maar de sfeer lag me totaal niet. Ik besloot na anderhalf jaar een pauze te ­nemen en terug te keren naar Istanbul, waar ik het project Min Taka startte. Daar bracht ik mijn eerste singles uit, speelde ik in ver­schillende bands en ontwikkelde ik mijn song­writing, eerst vooral in het Turks. Na twee jaar keerde ik terug naar Nederland maar dit keer mét mijn eigen project. Alleen was de situatie totaal veranderd: al mijn vrienden waren inmiddels afgestudeerd en ik moest mezelf opnieuw introduceren in de Nederlandse muziekscene.”

Ben je toen doorgegaan met het spelen van Turkse muziek, of ben je juist nieuwe nummers gaan schrijven?

“Na mijn terugkomst ben ik begonnen met schrijven in het Engels. Dat vormde de basis voor de nummers die uiteindelijk op de EP verschenen. Ruim anderhalf jaar speelden we die songs al live, vaak in een set waarin Turks- en Engelstalig ­materiaal elkaar ­afwisselden. Nog vóór de ­eerste singles officieel uit waren, richtte ik me volledig op promotie. Ik benaderde podia, programmeurs en promotors, overal met maar één doel: zoveel mogelijk optreden.”

Wat kreeg je als antwoord?

“Ik kreeg slechts vier reacties op ruim zestig mails, maar die leverden wel optredens op bij onder meer Hit The City in Eindhoven, het Paard in Den Haag en in RAUW en Rotown in Rotterdam. Van daaruit volgden steeds ­nieuwe shows.”

Hoe kwam de keuze tot stand om daarna deel te nemen aan Popronde?

“Dankzij Codarts hoorde ik voor het eerst over het Popronde-traject. Onze ­debuutshow vond bijna een jaar geleden plaats in een koffiezaak in Nijmegen, waar Ronald Keizer van EBB Music toevallig aanwezig was. Die avond bleek achteraf een keerpunt: het was niet alleen een geslaagd ­optreden, maar ik ontmoette ook mijn ­huidige manager en boeker. Tot die tijd regelde ik alles zelf, van optredens en ­promotie tot management. Dat ­leverde veel ervaring op, maar op een bepaald ­moment loop je als artiest ­tegen de ­grenzen aan van wat je alleen kunt ­bereiken. EBB Music sloot juist op dat ­cruciale ­moment aan; de muziek en de band ­stonden al, waardoor zij de volgende stappen konden zetten.”

Hoe zit het met een label? Heb je ergens een contract getekend of breng je je ­muziek zelfstandig uit?

“Mijn EP’s heb ik wel volledig in eigen beheer uitgebracht, in samenwerking met distributeur Lab Music. Voor mijn vorige EP heb ik zelf subsidies aangevraagd en ­gekregen, onder meer van Amarte en het Sena Performers Fonds, wat van grote waarde was voor de opnames. Tijdens mijn studie ontdekte ik hoe de Nederlandse muziek­wereld in elkaar zit – met subsidies, promotors en netwerken – en ik ben er gewoon zelf in gedoken. Met Popronde en ­alles wat daarna volgde, viel alles mooi op zijn plek. Nu is het een enorme meerwaarde om een team met een manager en boeker te ­hebben, ­zodat ik me volledig kan richten op muziek maken, optreden en het schrijven van ­nieuwe nummers.”

Je muziek klinkt niet meteen alsof je een achtergrond in jazz hebt, behalve ­misschien in de technische uitvoering. Hoe heeft die muzikale ontwikkeling zich gevormd?

“Ik wilde weg van de jazz-mentaliteit en ik heb eigenlijk nooit het idee gehad: ik ga dit genre maken of ik ga die richting op. Daardoor hebben sommige nummers heel verschillende stijlen en kleuren. Op mijn laatste EP staat bijvoorbeeld een nummer dat naar indie-rock neigt en een gruiziger karakter heeft, een ander heeft duidelijke bossa nova-invloeden, maar er is ook een track die meer richting UK-garage gaat. Toch wilde ik er wel een eigen label aan ­hangen, en zo ontstond de term Pixie Pop. Voor mij past dat goed bij mijn muziek: speelse, experimentele pop die ruimte laat voor invloeden uit allerlei hoeken.”

Hoe ziet de toekomst eruit voor Min Taka?

“We beginnen binnenkort met een clubtour in Nederland, met shows in Leiden, Haarlem, Enschede, Nijmegen en Alkmaar. Daarnaast gaan we over een paar weken naar  Engeland, voor optredens in Leeds, Bristol en Londen. Het wordt de eerste keer dat ik in het Verenigd Koninkrijk speel. In de toekomst zou ik graag vaker buiten Nederland optreden, mezelf meer intro­duceren in de Europese scene en hopelijk ook weer voet aan de grond krijgen in Turkije. Eurosonic zou een geweldige stap zijn om dat te bereiken, dus ik hoop echt dat ik daar mag optreden.”

Categorie: Artiesten & Componisten

Lees dit artikel op EB & LIVE