Grotetafelgesprek Evenementlocaties: 'Balanceren tussen kosten en continuïteit'

Eind juli kwamen Birgitte de Winter (Ziggo Dome), Jan Buys (Klokgebouw), Jay Moens (Hemkade 48), Mariëlle Voesenek-Burggraaf (Breepark), Naomi Bugter (Libéma Beurzen & Evenementen) en Willem Westermann (VVEM) op het kantoor van EB Live bij elkaar. Samen bogen zij zich over stellingen die spelen binnen Nederlandse evenementenlocaties. Een openhartig gesprek over het belang van maatschappelijke en lokale initiatieven, bedreigingen, het belang van duurzaam werken, activisme en fysieke locaties versus hybride formats. “Live is niet na te bootsen. Je zit erin, maakt het mee en bent er onderdeel van.”
Eind juli kwamen Birgitte de Winter (Ziggo Dome), Jan Buys (Klokgebouw), Jay Moens (Hemkade 48), Mariëlle Voesenek-Burggraaf (Breepark), Naomi Bugter (Libéma Beurzen & Evenementen) en Willem Westermann (VVEM) op het kantoor van EB Live bij elkaar. Samen bogen zij zich over stellingen die spelen binnen Nederlandse evenementenlocaties. Een openhartig gesprek over het belang van maatschappelijke en lokale initiatieven, bedreigingen, het belang van duurzaam werken, activisme en fysieke locaties versus hybride formats. “Live is niet na te bootsen. Je zit erin, maakt het mee en bent er onderdeel van.”

Stelling 1: Stijgende kosten en personeelstekorten zijn de komende jaren dé grote uitdaging voor de operationele continuïteit van evenementenlocaties en venues.
Jan Buys (Klokgebouw): “Is dit niet iets van alle tijden?”
Jay Moens (Hemkade 48): “Misschien wel, maar je zag dat stijgende kosten een belangrijke factor zijn geworden na de corona-pandemie.”
Willem Westermann (VVEM): “Mag ik vragen, wie hier aan tafel nog last heeft van personeelstekorten? Dat was toch iets van na corona?
Naomi Bugter (Libéma): “Wij niet, in coronatijd zagen we die tsunami van personeelstekort op ons afkomen en zijn een inhouse arbeidsbureau gestart. We hebben nu een pool van meer dan 700 mensen. Hierdoor zijn we in onze venues altijd voorzien.”
Birgitte de Winter (Ziggo Dome): “De attitude van mensen is wel anders, na corona. Ook op het gebied van werk. Dit is ook een situatie waar je anders dan voorheen mee om moet gaan. Je kunt bijvoorbeeld andere opties aanbieden aan personeel. Het interessant maken om bij je te komen werken.”
Willem Westermann: “We moeten niet blijven hangen in de gedachte dat iedereen onze branche gaaf vindt en daar heel graag in wil werken voor een T-shirt of wat consumptiebonnen. Tegenwoordig werkt iedereen voor geld en ik denk dat we ons opnieuw moeten verkopen aan nieuw personeel.”
Mariëlle Voesenek-Burggraaf (Breepark): “We hebben het tekort intern opgelost. Een van de bedrijven van Breepark is indoorspeeltuin Kabonk. Zij werken met andere piekmomenten en we wisselen horecapersoneel uit. Daar hebben we een deel mee kunnen opvangen. Catering doen we nu grotendeels zelf, dit drukt ook een deel van de kosten.”
Birgitte de Winter: “Het zijn natuurlijk niet alleen de personeelskosten, maar ook zaken rond wetgeving of klimaat. Dat soort eisen zijn vaak kostenverhogend. Laten we al die uitdagingen oplossen door nog innovatiever te werken. Nog beter kijken naar automatisering en nieuwe werkmodellen.”
Het zijn natuurlijk niet alleen de personeelskosten, maar ook zaken rond wetgeving of klimaat.
Mariëlle Voesenek-Burggraaf: “Het programmeren is de afgelopen jaren ook een stuk uitdagender geworden. Niet alles wat je neerzet is een gegarandeerd succes en daar komt ook de onzekerheid of iets daadwerkelijk doorgaat bij kijken. De afgelopen jaren zagen we voornamelijk binnen de muziek dat er meerdere aangekondigde events uiteindelijk niet door konden gaan. De kaartverkoop bleef achter, het programma en/of de productie was niet sterk genoeg. De uitdaging waar wij als organisatie dan voor staan is dat we een vergunningstermijn van 15 tot 17 weken hebben. Op het moment dat de stekker er dan uitgaat bij een event is het niet haalbaar om nog iets anders te programmeren. Samen met de gemeente kijken we naar manieren om dat te ondervangen door bijvoorbeeld de regels te versoepelen.”
Jay Moens: “Je ziet ook dat de bezoeker steeds kritischer wordt als het gaat om waar hij of zij heen gaat. Stijgende kosten hebben er voor gezorgd dat het publiek veel selectiever is. De situatie die Mariëlle schetst is voor niemand goed. Beide partijen kunnen hierdoor geen continuïteit garanderen.”

Naomi Bugter en Jay Moens
Stelling 2: Wie geen podium biedt aan nieuwe en opkomende artiesten, draagt actief bij aan de verschraling van het culturele landschap.
Jan Buys: “Dit is een goede stelling, alleen vraag ik me af of dit voor evenementlocaties opgaat. Ik vind het meer iets voor poppodia.”
Birgitte de Winter: “In de basis ben ik het daar mee eens, maar laten we de stelling wat breder trekken naar inclusiviteit en diversiteit. Ik vind dat daarvoor, zeker nu, altijd een podium moet zijn. Als dat niet meer mogelijk is, dan praat je inderdaad over een verschraling van het culturele landschap.”
Willem Westermann: “Bij grotere shows is er heel vaak een voorprogramma. Organisatoren kunnen dan nieuwe en opkomende talenten een kans geven om als voorprogramma te spelen in een zaal die eigenlijk veel te groot voor ze is.”
Jay Moens: “Dat doen inderdaad meerdere organisatoren. Ze zetten aan het begin van de avond het nieuwe talent neer. Dat is voor de artiest ook een mooie manier om meters te maken op de weg om een hoofdact te worden.”
Birgitte de Winter: “Het is inderdaad relevant om daar als evenementlocatie naar te blijven kijken. Ook al is dat niet onze rol. Daar komt bij dat de diversiteit onder onze bezoekers groot is en daar wil je toch goed op inspelen? Dat zijn de punten waar je het verschil kunt maken.”

Birgitte de Winter
Stelling 3: Duurzaamheidsambities zijn mooi, maar zonder wettelijke druk en commerciële prikkels blijven ze steken in goede bedoelingen.
Jan Buys: “Daar ben ik het absoluut mee eens. En dan heb ik het niet eens over het verschil in regels tussen de verschillende provincies en gemeenten. In Tilburg mag dit wel en in Amsterdam dan weer niet. Ik hoop dat er ooit heldere en duidelijke landelijke regels komen. Dan weet iedereen waar we aan toe zijn.”
Mariëlle Voesenek-Burggraaf: “Eens, maar met de kanttekening dat duurzaamheidregels ook landelijk van links naar rechts gaan. Politiek maakt het lastig. We zijn een relatief jonge organisatie en hebben in de afgelopen acht jaar ingezet op duurzaamheid. Ons daken liggen bijvoorbeeld vol met zo’n 8.000 zonnepanelen. De vraag is of je daar uiteindelijk echt het verschil in gaat maken. Dat komt vooral door de steeds veranderende wetgeving en regels daarover. Dat maakt het voor ons allemaal best lastig.”
Duurzaam is pas duurzaam als het ook bedrijfseconomisch duurzaam is.
Naomi Bugter: “Duurzaam is pas duurzaam, volgens mij, als het ook bedrijfseconomisch duurzaam is. Dit soort ambities zijn mooi, prachtig en belangrijk, maar het moet wel vanuit de kernwaarden van je bedrijf beklijven. Wettelijke druk en commerciële prikkels leveren daar zeker een bijdrage aan. Daarnaast heb je natuurlijk ook je maatschappelijke verantwoordelijkheid.”
Jay Moens: “Bij ons zijn de duurzaamheidsaanpassingen ook gedaan vanuit een bedrijfseconomisch oogpunt. Een zwalkend beleid helpt daar zeker niet bij mee.”

Jan Buys
Willem Westermann: “Ik ben het niet eens met de stelling, maar begrijp wat hier gezegd wordt. Duurzaamheid is volgens mij logica. Je doet iedere dag je werk op een manier dat je het volgend jaar nog steeds kunt doen. Het moet economisch verantwoord zijn en passen bij de stand van techniek. Laat ik een voorbeeld geven. Je hebt een zware mengtafel die op het podium moet komen. Daarvoor ging je vroeger extra mensen inhuren. De volgende stap was een tilmechanisme. In een paar dagen zorgde die mengtafel niet alleen voor een beter arbo-situatie, maar ook dat je minder mensen moest inhuren. Dit is exemplarisch voor onze branche. Iedereen is constant met innovatie bezig mits logisch en langdurig bruikbaar. Een buitenstaander moet ons geen duurzaamheidregels opleggen. Ik zeg dan: verleid ons liever met dingen die vanzelfsprekend zijn en dan pakken we het zelf wel op.”
Birgitte de Winter: “Als gemeentes aangeven dat duurzaamheid gepaard gaat met uitvoerbaarheid dan is dat al winst. Ik geloof dan absoluut dat iedereen in de branche die regels omarmt en uitvoert. Sterker, als het werkt bedenken we zelf wel welke vervolgstappen we kunnen nemen. Waar wij tegen aanlopen is dat sommige artiesten een idee hebben over het verbeteren van de wereld en je vraagt om aan hun principes te voldoen. Ik noem bijvoorbeeld herbruikbare bekers. Die verzoeken kunnen tegenstrijdig zijn met de afspraken die je zelf hebt gemaakt. Het is ingewikkeld als je in Nederland de wet volgt en een artiest het tegenovergestelde eist. Ik zie graag wettelijke prikkels over duurzaamheid want dan heb je iets waar je mee kunt schermen.”
Ik zie graag wettelijke prikkels over duurzaamheid want dan heb je iets waar je mee kunt schermen.
Mariëlle Voesenek-Burggraaf: “Wij merken dat sinds duurzaam werken meer in de spotlight is gezet je er zelf ook vaker over nadenkt en op acteert. Wat wij bijvoorbeeld doen bij zakelijke evenementen en de bureaus waar we mee werken is de koppen bij elkaar steken als het gaat om de opstellingen. Het is toch voor iedereen beter als die toffe settingen ook gebruikt kunnen worden bij andere evenementen? Dat je een groot deel kunt laten staan en er alleen kleinere wijzigingen nodig zijn. Het is soms echt zonde om te zien wat er voor één dag wordt opgebouwd en daarna in de vuilcontainer belandt.”
Willem Westermann: “Dat gebeurt gelukkig steeds meer. Verschillende partijen zoeken naar manieren waarop ze duurzamer kunnen werken en ook nog eens geld kunnen besparen.”

Mariëlle Voesenek-Burggraaf
Stelling 4: Activisme moet een plek kunnen hebben op het podium.
Jan Buys: “Zolang het maar niet discriminerend of aanstootgevend is, of over groepen gaat die zich buiten de wettelijke kaders begeven, vind ik dat goed.”
Birgitte de Winter: “Je maakt van tevoren natuurlijk een risicoanalyse maar het kan zo zijn dat een artiest of band juist jouw podium pakt om een activistische of controversiële mening te delen. Het blijft heel ingewikkeld, want in de basis ben je toch een podium voor iedereen?”
Willem Westermann: “Het cancelen van een artiest zoals als onlangs bij Bob Vylan moet je niet willen. Je hoeft het niet met hem eens te zijn, maar hij moet kunnen optreden. Ik ben dan ook blij dat zij nu drie concerten in Nederland krijgen.”
Naomi Bugter: “Het is bij onze locaties minder aan de orde. Dat gezegd hebbende is het volgens mij heel belangrijk dat iedereen zich realiseert dat wij niet de boodschapper zijn.”
Mariëlle Voesenek-Burggraaf: “Het gevaar is dat als er iets gebeurt op een van je podia, je naam daar toch aan kleeft en dat kan heel naar zijn. Het spreekt vanzelf dat je dit bij risico’s vooraf bespreekt met de gemeente en de driehoek. Alleen is het niet altijd te voorspellen wanneer iets uit de hand loopt.”
Birgitte de Winter: “Alles binnen het gebouw en tijdens de show kun je inderdaad regelen, maar de momenten daarvoor en daarna niet. Ik ben wel benieuwd wat dan de discussie is als er iets serieus misgaat. Je kunt dan zeggen ik ben er niet verantwoordelijk voor, maar zo voelt het denk ik niet.”

Willem Westermann
Stelling 5: De fysieke locatie is niet langer heilig – hybride formats en virtuele podia verdienen een structurele plek in de strategie van elke zaal.
Willem Westermann: “In coronatijd hebben we jarenlang gedacht dat dit de toekomst zou zijn. Inmiddels weten we beter. Er is geen directe vervanger voor die specifieke live-ervaring.”
Birgitte de Winter: “Live is niet na te bootsen. Je zit erin, maakt het mee en bent er onderdeel van. Ik weet niet of een scherm hetzelfde effect voor langere tijd kan waarmaken.”
Mariëlle Voesenek-Burggraaf: “Alles begint al met de weg naar het concert of evenement toe. De voorpret en dan weer naar huis nagenieten en op social media je ervaringen delen. Dat heb je niet bij virtuele podia. Daar doe je een scherm aan en dat zet je aan het einde van het optreden weer uit. Bij zakelijke evenementen, voornamelijk congressen, zien we dat hybride wel werkt. ”
Live is niet na te bootsen. Je zit erin, maakt het mee en bent er onderdeel van.
Naomi Bugter: “Alles wat wij doen gaat om live ontmoeten, het menselijke contact en die ervaring willen delen met elkaar. Een intrinsieke behoefte die ieder mens heeft. Dat is de kern waarom ik in de branche werk en het zo leuk vindt. Ik ben er zeker van dat die behoefte niet snel verdwijnt.”
Jan Buys: “Sterker je ziet steeds vaker dat de jongere generatie dat heel belangrijk vindt. De ervaring, dus zonder bijvoorbeeld telefoons.”
Naomi Bugter: “Bij corporate events wordt de combi met digitaal soms gemaakt. Zeker als het internationaal is en je hierdoor minder reisbewegingen hoeft te maken. Je logt waar dan ook ter wereld in en beleeft het congres mee.”
Birgitte de Winter: “Er is inderdaad een groot verschil tussen b2b en b2c. Als jij fan bent van een artiest of band dan is het liveconcert de ultieme beleving. Iedere andere vorm is misschien leuk als er geen alternatief is, maar niets gaat boven het erbij zijn. De sociale interactie en energie krijg je niet via een virtueel podium.”

Naomi Bugter
Jeroen van Trierum: Hoe kijken jullie naar bijvoorbeeld de digitale optredens bij een videogame als Fortnite? Eind vorig jaar was daar een event met Snoop Dogg, Ice Spice en Eminem. Dit virtuele podium trok 14,3 miljoen gelijktijdige spelers en werd daarnaast door drie miljoen fans bekeken via livestreams. Vooral voor de jongere generatie is dat een nieuwe manier om live te ervaren.”
Jay Moens: “Ondanks dat succes blijft fysieke locatie echt wel heilig. Je ziet juist dat ook jongeren naar een evenementlocatie gaan om even het echte leven en muziek te ervaren. Los te komen van het telefoon- of computerscherm. Dat soort Fortnite dingen zijn zeker populair, maar geen enkele generatie zal dat voor de volle 100 procent willen inwisselen voor de echte live-ervaring.”
Willem Westermann: “Deze zalen zeggen: echt live is het allerbelangrijkst. Maar als bijvoorbeeld artistmanagers, labels of platenmaatschappijen over een multimix praten dan is zo’n virtueel concert zeker een structurele plek in hun strategie.”
Naomi Bugter: “Volgens mij sluit het een het ander niet uit. Ja, er zijn digitale opties maar die zijn er niet om de live-ervaring te vervangen. Volgens mij kunnen die uitstekend naast elkaar bestaan.”
Willem Westermann: “De Johan Cruijff Arena heeft zijn infrastructuur veranderd zodat bezoekers die live de wedstrijd zien, ook op hun eigen schermpje belangrijke momenten in de game terug kunnen zien. De belevingswens is verschoven en daar spelen zij op in.”
Birgitte de Winter: “Of een fysiek podium heilig blijft hangt van de doelgroep af en hoe zij livemuziek beleven. De jongere generatie kijkt daar vast anders tegenaan dan de wat oudere. Wat ik mij daarnaast afvraag is wat voor ons het verdienmodel is van een hybride podium of virtueel podium. Interessant voor de artiest, maar ook voor ons?”
Mariëlle Voesenek-Burggraaf: “Iedereen wil de echte ervaring, het zelf meemaken. Misschien is een hybride event met een stream interessant voor mensen die van ver moeten komen of als het uitverkocht is, maar waarom zijn daar dan nog geen partijen opgesprongen om dit succesvol te realiseren?”
Birgitte de Winter: “Wij hebben ooit in het kader van nieuwe initiatieven naar hybride formats gekeken. Het leek ons een goede oplossing. Bij een uitverkocht concert konden bezoekers voor een lagere prijs hetzelfde optreden op een digitaal podium bekijken. Er was hier echter geen animo voor. Wellicht is dat nu anders, maar destijds was dit niet het geval.”

Jay Moens
Stelling 6: Een venue of locatie die geen platform biedt aan maatschappelijke en lokale initiatieven, verliest op termijn draagvlak in de stad of gemeente.
Jan Buys: “Voor het Klokgebouw is dit heel logisch. Daarbij moet ik wel zeggen dat het gebouw eigendom is van een woningcorporatie. Ik huur het en mijn opdracht is om ook maatschappelijke en lokale initiatieven te ondersteunen. Als je puur commercieel bent ligt dat wellicht iets anders. Dat neemt overigens niet weg dat je dan ook een toegevoegde waarde kunt zijn voor een stad of een gemeente.”
Willem Westermann: “Ik ben het niet eens met het verschil dat Jan maakt op het gebied van commercieel en niet commercieel. Je moet altijd laten zien dat je deel van de maatschappij uitmaakt.”
Naomi Bugter: “Onze zeven locaties liggen vaak midden in een stad. Als je voor die plek nationale of internationale events binnenhaalt is lokale verankering heel belangrijk. Het mooiste is om je deuren open te zetten en de stad binnen te laten en om iets terug doen voor de locatie waar je gevestigd bent.”
Mariëlle Voesenek-Burggraaf: “Ik sluit me aan bij Naomi. Het is belangrijk om samen te werken. Er zit echter wel een wezenlijk verschil tussen stad en gemeente. Bij laatstgenoemde vinden vaak personeelswisselingen plaats en dat maakt het een stuk lastiger om de juiste dingen voor elkaar te krijgen.”
Jay Moens: “Wij bieden binnen Hemkade 48 ruimte aan het poppodium van Zaanstad, Flux. Die samenwerking bestaat al vijf jaar. Zij doen naast concerten ook maatschappelijke dingen en bieden bijvoorbeeld een podium voor lokaal talent.”
Birgitte de Winter: “We zijn het er volgens mij allemaal over eens dat samenwerking belangrijk is. Ik moet daarbij wel zeggen dat niet ieder maatschappelijk verzoek dat wij ontvangen ook gehonoreerd moet of kan worden. Niet alleen vanuit het kostenaspect maar ook vanwege het feit dat de Ziggo Dome een grote locatie is. Je moet altijd zoeken naar een win-winsituatie, maar moet ook kritisch mogen zijn.”
Willem Westermann: “We willen allemaal onze plek langdurig borgen en dan is het altijd belangrijk dat je beseft dat je onderdeel bent van de omgeving.”

Categorie: Podia & Eventlocaties