Grotetafelgesprek Security & Crowd Management: '100% veiligheid is een utopie'

Begin mei kwamen Daniel Pardijs (Nederlandse Veiligheidsbranche), Harold Salomons (CrowdProfessionals), Huibert van Os (Dutchbase Security), Ruud van Buren (Crowd Care) en Pieter Peerbolte (VGOE) in Hilversum bij elkaar. Samen bogen zij zich over acht scherpe stellingen die de stand van zaken in de veiligheidssector blootleggen. Het resultaat: een openhartig en kritisch gesprek over risicoanalyse, verantwoordelijkheid, technologische innovatie, privacyvraagstukken en de uitdagingen rondom verkeer en regelgeving bij evenementen. “Als je 100% veiligheid wilt, moet je de hele wereld in bubbeltjesplastic inpakken.” Dit artikel maakt deel uit van de Security & Crowd Management Dossier 2025. Bekijk hier de overige artikelen uit dit dossier. Stelling 1: Een 100% veilig event bestaat niet Harold Salomons: “Je kunt het hier alleen maar mee eens zijn. Hoe goed de risicoanalyse ook is, er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren. Het enige dat wij kunnen doen is de inzet van mensen, middelen en maatregelen zo goed mogelijk plannen. Zodat we de incidenten die misschien plaatsvinden op een goede manier kunnen mitigeren. Risico’s zijn altijd aanwezig, maar ze moeten beheersbaar blijven.” Daniel Pardijs: “Alles moet binnen de kaders van onze maatschappelijke en juridische context goed geregeld zijn, maar een 100% veiligheidsdekking bestaat niet. Als je het over evenementen hebt, dan komen daar snel de woorden veiligheid en risico bij. Je kunt beter een hartaanval op een event krijgen dan thuis op de bank. Er is bij evenementen sneller hulp aanwezig.” Huibert van Os: “Als je 100% veiligheid wil, moet je de hele wereld in bubbeltjesplastic inpakken. Geen probleem, maar een stuk minder gezellig.” Huibert van Os Ruud van Buren: “Iedereen wil zo veel mogelijk veiligheid op evenementen, maar er moet wel een goede balans zijn, gebaseerd op een goede risicoanalyse. Je mag zaken als kosten en mogelijkheden niet vergeten. Je merkt dat veiligheid bij een vergunningsverlening de afgelopen jaren steeds belangrijker wordt.” Daniel Pardijs: “We leven dan ook in maatschappij waar we steeds meer bezig zijn met aansprakelijkheid en claims en de vraag of we goed zijn ingedekt.” Huibert van Os: “Het is super gemakkelijk voor een gemeente, die niet per se heel veel verstand heeft van evenementen, om te roepen: ‘Wij willen op event X meer beveiligers.’ Dit jaar heb ik al vier van dit soort gesprekken gevoerd. Mijn tegenvraag is dan altijd waarom? Een antwoord daarop wordt nooit gegeven. Gelukkig luisteren ze wel naar je als je met een goed plan komt.” Harold Salomons: “Ik lees veel plannen die beginnen met de inzet van beveiliging en veel later komt dan de risicoanalyse. Dat moet precies andersom. Je moet je stakeholders meenemen in het waarom en waar beveiligers worden ingezet. Dan krijg je een stuk minder discussie.” Harold Salomons Ruud van Buren: “Het is belangrijk dat je goede data voorhanden hebt. Zo kreeg ik ooit de vraag om extra artsen in te zetten bij een event. De verwachting bij de GHOR was dat er veel bezoekers met alcoholintoxatie zouden zijn tijdens het evenement. Dat was overigens niet gebaseerd op cijfers, maar op een gevoel van de GHOR. Data van vorige evenementen kunnen worden gebruikt om onderbouwd te bepalen wat niet of juist wel nodig is.” Pieter Peerbolte: “Als organisator zit je vaak alleen aan tafel tijdens de overleggen waar de veiligheidseisen gesteld worden. Ik merk dat het heel makkelijk is om te zeggen: dit moet je zo doen, hier moet je aan verplichten.” Huibert van Os: “Daarom worden wij meegenomen door onze klanten. Het is onze taak om dan te roepen: sorry maar dit is niet reëel.” Daniel Pardijs: “Om op de stelling terug te komen. 100% veiligheid op welk evenement dan ook is een utopie. Iedereen doet zijn best om voor en tijdens het event risico’s te voorkomen, maar het is onmogelijk om te garanderen dat er niets gebeurt.” Stelling 2: Publieksveiligheid is primair de verantwoordelijkheid van de organisator, niet van de beveiligingspartner Harold Salomons: “Iedereen mag een event organiseren, maar dan moet men zich wel realiseren dat dit flink wat verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Binnen de stelling klopt het woord primair dan ook niet. De organisator heeft de eindverantwoordelijkheid. Punt. Als iets echt misgaat kan hij of zij die verantwoordelijkheid niet afschuiven op partijen die ingehuurd zijn. De vergunninghouder blijft altijd de eindverantwoordelijke.” Huibert van Os: “Daar ben ik het mee eens, maar ik wil wel een kanttekening maken. De beveiliger heeft natuurlijk veel meer kennis in huis over wat onveilige situaties creëert. Wij zijn er immers als het mis gaat. Het is dus belangrijk dat beveiligingspartners in een vroeg stadium meegenomen worden om mee te denken. En dan niet alleen over het aantal mensen, maar ook over de routing, signing, wildplassen, het aantal en de plek van toiletten en noem het maar op. Zaken waarvan je in eerste instantie denkt: dat heeft niets met beveiliging te maken. Geloof me, dat is vaak wel het geval. Als je dit alles op de juiste manier insteekt, kun je zelfs bezuinigen op veiligheid. Je kunt er 20 mensen bijnemen om het wildplassen tegen te gaan, maar dan kun je beter kijken naar het anders inrichten van de toiletgroepen.” Daniel Pardijs: “Letterlijk genomen klopt de stelling. De organisator is verantwoordelijk en dat snappen ze ook wel. Zij weten ook dat ze heel veel expertise nodig hebben om verantwoordelijkheid te nemen en beveiliging is daar een invulling van. Daarom werken organisatoren met verschillende partners en delegeren het werk. Er moet wel een helder beleid vanuit de organisator zijn dat overeenkomt met de wensen en mogelijkheden van de partners. Jammer genoeg zie ik nog te vaak dat dit niet gebeurt.” Daniel Pardijs Ruud van Buren: “Wij nemen ook steeds vaker de projectleiders mee in productionele overleggen. Hierdoor weten ze de gedachten achter bepaalde besluiten of opzetten van plannen. Daarmee zijn ze veel meer betrokken en krijgen ze niet kort van tevoren een plan te zien waarvoor zij alleen hun deel moeten inplannen en uitvoeren. Het beste is dat de samenwerking een integraal proces wordt.” Daniel Pardijs: “De realiteit blijft dat je als beveiligersorganisatie een ND-vergunning nodig hebt en al je personeel gescreend en goed opgeleid moet zijn. Een organisator hoeft amper kwalificaties aan te tonen. Dat blijft een soort disbalans.” Huibert van Os: “Zou jij ervoor pleiten dat organisatoren een Organisatie-identificatienummer krijgen? [Een uniek nummer waarmee organisaties zich kunnen identificeren, authentiseren en of autoriseren bij digitaal berichtenverkeer binnen en met de overheid – red.] Daniel Pardijs: “Ik weet niet op welke manier, maar in de risicoanalyse van de overheid komt ook aan de orde wat de betrouwbaarheid en kwaliteit is van een organisatie. Dat zou je best aan iets moeten kunnen staven. Een vorm van kwaliteitsnormering is volgens mij altijd goed.” Pieter Peerbolte Harold Salomons: “Het is niet alleen zo voor de organisator, maar het geldt ook voor de veiligheidscoördinator. Dat doe ik bijvoorbeeld voor Awakenings. Een apart diploma heb ik hier niet voor hoeven halen. Je rolt erin op basis van kennis en ervaring. Zoals Daniel al zei: een beveiliger moet aan gestelde eisen voldoen, maar diegene die ze aanstuurt niet.” Pieter Peerbolte: “Bij events zonder hekken is de organisator verantwoordelijk voor het evenement, maar het terrein deel je met politie en andere partijen. Dat is een grijs gebied waar we tegen onduidelijkheid aan lopen. Volgens de politie is dit jouw evenementengebied en binnen jouw beveiligingsstructuur ben jij verantwoordelijk. Beveiligers op hun beurt zeggen: wij mogen niet alles en zijn beperkt in wat we kunnen doen.” Huibert van Os: “Als iemand zich niet aan de huisregels houdt, kun je hem of haar bij een afgesloten event buiten de hekken zetten. Bij stadsevenementen is dat inderdaad een ander verhaal.” Het is een grijs gebied waar we tegen onduidelijkheid aan lopen Bekijk hieronder het videoverslag van het gesprek: {"@context":"http:\/\/schema.org\/","@id":"https:\/\/www.eblive.nl\/regelgeving-en-veiligheid\/grotetafelgesprek-100-veiligheid-is-een-utopie\/#arve-youtube-jdl2lqvnj5a","type":"VideoObject","embedURL":"https:\/\/www.youtube-nocookie.com\/embed\/Jdl2LqVNJ5A?feature=oembed&iv_load_policy=3&modestbranding=1&rel=0&autohide=1&playsinline=0&autoplay=0"} Stelling 3: De inzet van slimme wearables (bijvoorbeeld RFID-badges en biometrie) is noodzakelijk voor optimale veiligheid Ruud van Buren: “In andere landen gebeuren zaken waarvan je denkt: moet je dat hier ook willen? Tien jaar geleden zette de Britse politie tijdens het Download Festival gezichtsherkenning in bij de instroom. Je moet echt wel een goede reden hebben om dit soort zaken te gebruiken.” Huibert van Os: “Het woord noodzakelijk maakt dit een totale onzinstelling. Het is totaal niet noodzakelijk. We hebben het over grootschalige evenementen en daar is het belangrijk dat de bezoekers zich vrij voelen. Op alle vlakken. Het slaat nergens op om iedere bezoeker een bandje te geven zodat we weten wie ze zijn en wat ze doen. De data die hierdoor vrijkomen, zijn echter heel handig vanuit een bedrijfsperspectief. Zo kun je bijvoorbeeld inzicht krijgen in wat er gedronken wordt.” Harold Salomons: “Dynamic crowd management biedt tal van mogelijkheden. Van gescande gezichten kan bijvoorbeeld worden bepaald of de bezoeker blij of geïrriteerd is. Het is de vraag of je dat als bezoeker wilt. Je conformeert je al aan huisregels die soms best ver gaan en dan geef je nu oo nog toestemming om een gemoedstoestand op te meten. Ik vind het een veel beter idee om de beveiliger uit te rusten met een locatietracker. Dan kun je snel schakelen als er een incident is.” Ruud van Buren Daniel Paradijs: “Bij dit soort vraagstukken werk ik altijd met vier pijlers. Wat doet het met de veiligheid, de service, de aansprakelijkheid en de kosten? Je moet iedere keer de ‘sweet spot’ tussen die vier aspecten ontdekken. Je kunt het ook vanuit een filosofisch oogpunt bekijken: willen we dit als maatschappij?” Pieter Peerbolte: “Tijdens het bevrijdingsfestival in Wageningen werd een rookbom op het podium gegooid terwijl de minister-presidenten van Nederland en Polen daar stonden. Denken jullie dat zo’n incident voorkomen had kunnen worden door de inzet van dat soort slimme wearables om zo het publiek te screenen?” Daniel Pardijs: “Ik denk dat je in dat soort gevallen moet weten dat je in een ander risicoprofiel zit en andere veiligheidsmaatregelen moet nemen. Bijvoorbeeld op het podium en verschillende lagen in de ringen daar rondom heen.” Ruud van Buren: “In het verleden zijn er in Frankrijk en Engeland verschillende aanslagen geweest in venues. We kennen allemaal de voorbeelden. Je zag toen dat de regelgeving om dit in de toekomst te voorkomen strenger werd. Door risicoanalyse en bewustwording kan dat ook weer verlaagd worden. De vraag was of het nodig is om altijd in zo’n hoog veiligheidsniveau te zitten? Huibert van Os: “Je praat ook over incidenten. Regels worden vaak bedacht als reactie op iets ergs dat gebeurd is. Als het een structureel verhaal is, moet je daar anders naar kijken.” Ruud van Buren: “Overigens werken sommige van die regels nog steeds uitstekend. Na Bataclan kwam er het grote tassenverbod. Dit is niet bedoeld om explosieven te vinden, maar juist om de doorstroming bij visitatie bij de entree te versnellen en bezoekers niet angstig te maken van grote tassen en wat daar niet in zou kunnen zitten.” Harold Salomons: “Kortom, slimme wearables zijn absoluut niet noodzakelijk. We hebben eerder al geconcludeerd dat 100% veiligheid niet haalbaar is. Dat lukt ook niet met dit soort gadgets.” Stelling 4: Een vaste evenementlocatie is per definitie veiliger dan een festivalterrein of een openbaar evenement Huibert van Os: “Een vaste locatie zorgt voor vaste obstakels. De afgelopen 20 jaar keek ik naar concept, doelgroep en wat er op de plek gaat plaats vinden. Je gaat met die informatie een plan maken. Bij een hardstyle-event weet je dat iedereen twee uur van tevoren aanwezig is, terwijl bij een R&B-event veel bezoekers vaak juist te laat binnenkomen. Daar richt je het terrein op in. Bij een vaste locatie is dat veel moeilijker, omdat je met bepaalde afmetingen moet werken.” Harold Salomons: “Als je altijd in dezelfde ruimte zit, weet je hoe alles werkt en waar alles staat. De kans dat routine erin sluipt is dan groter. Bij een festivalterrein, dat iedere keer anders is, ben je volgens mij veel scherper.” Daniel Pardijs: “Bij vaste locaties vraag ik me soms af of er in de ontwerpfase wel écht is gekeken vanuit een crowdmanagementperspectief. Dat is essentieel en kan op sommige plekken echt beter.” Harold Salomons: “Ook hier geldt: schakel op tijd een veiligheidsexpert in. Kijk naar het Arena-gebied. Daar is gekozen voor een ondervloer van kleine klinkertjes — die je er zó uit kunt trekken en tegen iemand aan kunt gooien. Zo zie je maar: een vaste locatie is niet per se veiliger.” Daniel Pardijs: “Een vaste evenementenlocatie stelt je wel meer en beter in staat om te analyseren en te evalueren door kleine dingen aan te passen en dan zien wat dat voor effect heeft. Dat is bij een jaarlijks terugkerend groot festival een stuk moeilijker.” Pieter Peerbolte: “Voor evenementen in binnensteden zonder hekwerk is het echt een ander verhaal. Je hebt daar geen controle over hoe de stad eruitziet — dat verandert elk jaar. Ineens is een straat afgesloten, is een gebouw gesloopt of zit er een andere ondernemer. Het lijkt me heerlijk om eens een event te mogen organiseren op een groot grasveld of gewoon bij een vaste locatie met muren.” Een vaste locatie is niet per se veiliger Stelling 5: AI en data-analyse zullen binnen vijf jaar belangrijker zijn dan cameratoezicht bij crowd management Pieter Peerbolte: “Dat denk ik niet. Bij crowd management is het een cirkel van allerlei soorten informatie. Data-analyse en AI zijn daar onderdeel van. Het een zal het ander nooit overstijgen.” Harold Salomons: “Het zal meer samensmelten. Een AI-tool kan in toekomst bijvoorbeeld meelopen bij cameratoezicht. Cameratoezicht is bedoeld om aandacht te trekken als er iets misgaat. Het geeft sturingsinformatie. AI kan wellicht goed bepaalde zaken uitzoeken, maar de beveiliging zal het altijd zelf eerst visueel willen zien om volgende stappen te maken. AI wordt overigens al gebruikt voor veiligheid. In het wallengebied van Amsterdam is een cameranetwerk dat veel datastromen bij elkaar brengt. Een AI-dashboard kan aan de voorkant al een signaal creëren op basis wat er over een half uur kan gebeuren. Dat is natuurlijk een holy grail voor crowd management.” Daniel Pardijs: “Het vak van crowd science is relatief jong. De mensen die dit soort systemen moeten controleren en voeden, zijn nu nog schaars. In onze sector is er ook nog weinig wetenschappelijk onderzoek hierover gedaan. De techniek is volgens mij voor nu interessanter voor dataopbouw dan om er in het veld mee te werken. Aan de ene kant kan het zeker bijdragen aan meer informatie. De menselijke maat blijft echter wel belangrijk voor bijvoorbeeld duiding.” Pieter Peerbolte: “Er zijn niet veel organisaties die het geld hebben of willen uitgeven om dit breed in onze branche in te zetten. Dat houdt ontwikkeling wel tegen.” Huibert van Os: “Als je als cameracentralist bezig bent met 20 camera’s, klik je door de verschillende schermen. Als AI op de achtergrond mee hebt draaien die alleen signaleert, kan dat zorgen voor kostenbesparing en een verhoging van de veiligheid. Maar er is nog veel onduidelijk. Ik moet denken aan een uitspraak die ik onlangs hoorde. Kennis is weten dat een tomaat een fruitsoort is, maar wijsheid is dat je weet dat je een tomaat niet in een fruitsalade stopt. Ik ben heel benieuwd hoe AI daar mee omgaat. Je kunt constateren dat een prullenbak in de weg staat waardoor een bezoekersstroom verstoord wordt, maar kan AI die stroom ook koppelen aan het feit dat daar een prullenbak staat?” Pieter Peerbolte: “Dat kan het volgens mij zeker al.” Daniel Pardijs: “De mogelijkheid om emotie, gedrag en bewegingen te koppelen en daar iets over te vinden, is in ontwikkeling. Onze tak van sport heeft op korte termijn mensen nodig die de techniek achter AI snappen en daarmee om kunnen gaan.” Ruud van Buren: “Je hebt hiervoor heel veel data nodig en cultuurverschillen spelen ook een rol. De situatie in Engeland, Frankrijk of Duitsland is anders dan in Nederland. We werken in onze markt met zo veel parameters. Dat gezegd hebbende denk ik wel dat je een techniek als AI moet omarmen. Wij maken op dit vlak al kleine stapjes, bijvoorbeeld op het gebied van data-analyse.” Daniel Pardijs: “Als er een situatie ontstaat waarin AI belangrijker wordt dan cameratoezicht, verschijnen er verschillende grote uitdagingen. Vooral op juridisch en verzekeringstechnisch gebied. Wat te doen als we vertrouwen op de keuze die het programma maakt in een crisissituatie en het gaat toch mis. Wie wordt dan aangewezen als verantwoordelijke? Ruud van Buren: “Dat AI een steeds belangrijker onderdeel gaat worden van onze toekomstige werkzaamheden staat volgens mij wel vast, maar er zitten ook verschillende haken en ogen aan. En dan denk ik voornamelijk aan privacy en AVG-wetgeving. Daar moet iedereen wel over na gaan denken.” Stelling 6: Iedereen op een event moet digitaal traceerbaar zijn, anonimiteit is een veiligheidsrisico Harold Salomons: “Anonimiteit is altijd een veiligheidsrisico. Ik denk ook dat dat risico, zeker op evenementen, er mag zijn. Het is niet goed als je dat weghaalt en iedereen in alles wat ze doen, traceerbaar zijn. Wellicht is het uiteindelijk goed voor veiligheid, maar welke prijs betaal je daarvoor? Ook niet onbelangrijk is de vraag of je daardoor het evenement ook aantrekkelijk of leuker maakt voor je bezoekers? Ik denk het niet. Daarnaast speelt er nog iets anders. Wie krijgen allemaal toegang tot al die informatie? Andere partijen dan de organisator? Of misschien wel ernstiger, de overheid? Ik denk dat er grote groepen mensen zijn die daarom hier niet aan mee willen werken.” Daniel Pardijs: “Het is belangrijk dat je als bezoeker altijd de keuze krijgt. Wil ik wel of niet traceerbaar zijn en wat staat daar dan tegenover? Werk ik niet mee, dan kan bijvoorbeeld de service misschien lager zijn, maar de bewegingsruimte in het kiezen is en blijft belangrijk.” Harold Salomons: “Het kan wel zijn dat digitale traceerbaarheid gebruikt kan worden bij een groot veiligheidsrisico. Denk bijvoorbeeld aan een grote groep hooligans die op weg is naar een stadion. Het is dan belangrijk dat je kunt checken wie wie is, zodat je als het misgaat de desbetreffende personen kunt achterhalen. Dit kan alleen na een gedegen analyse dat het daadwerkelijk om een heel groot veiligheidsrisico gaat. Want ik blijf het een inbreuk op een grondrecht vinden. Je kunt dit niet zomaar toepassen en zeker niet op een event waar iedereen heen gaat om juist even uit het dagelijks leven te ontsnappen.” Ruud van Buren: “Wie neemt de beslissing in het geval dat je schetst? De organisator of moet de politie of gemeente hiermee komen?” Harold Salomons: “De politie of de burgemeester kan die beslissing nemen.” Ruud van Buren: “Ik denk niet dat dit ooit realiteit zal worden, al was het alleen maar vanwege de AVG. Binnen de huidige wetgeving lijkt dat simpelweg niet haalbaar.” Stelling 7: Security wordt nog te vaak als sluitpost gezien Huibert van Os: “Bij kleinere organisaties is dat misschien het geval, maar zeker niet bij de klanten waar wij mee werken. Als je events draait voor pak hem beet 50.000 man, weet je wel wat er aan de hand is en dan wordt beveiliging echt niet als een sluitpost gezien.” Harold Salomons: “Overal wordt op bezuinigd, zeker als je in de knel komt met je businesscase en dan is security natuurlijk ook een onderdeel waarnaar gekeken wordt. Hier is het wel belangrijk dat je als organisator niet naar beveiliging moet kijken als iets dat je moet doen omdat het nu eenmaal nodig is. Doe je dat wel dan is voor hen security altijd een sluitpost.” Huibert van Os: “Je kunt pas bezuinigen als je ook je evenement anders inricht. Je kunt niet zeggen: normaal hebben we 80 man beveiliging, maar nu doen we dat met 60.” Pieter Peerbolte: “Natuurlijk wel. Er zijn genoeg organisatoren die zo redeneren. Als organisator moet je in een vroeg stadium de beslissing nemen welk bedrag je aan de line-up wilt uitgeven. In de laatste weken voor het event is het natuurlijk veel makkelijker om af of op te schalen met de diensten die je inhuurt.” Harold Salomons: “Mee eens, er wordt vaak gedacht: ik heb de afgelopen jaren altijd beveiligers bij de nooduitgang gehad, maar dat kan ook best een servicemedewerker zijn. Dat scheelt geld en is dus een bezuinigingspost.” Huibert van Os: “Bij ons gaat het meestal zo: de klant komt met het verhaal dat er vorig jaar een bepaald bedrag aan beveiliging is uitgegeven. Vervolgens stelt de gemeente extra eisen en vraagt men of wij kunnen meedenken over hoe die het best en zo kostenefficiënt mogelijk ingevuld kunnen worden. Samen zoeken we dan naar een haalbare oplossing. Ik heb tot nu toe niet de indruk dat beveiliging als sluitpost wordt gezien.” Ruud van Buren: “Wanneer de bezoekersaantallen tegenvallen, is het logisch dat organisatoren kritisch naar alle onderdelen van het evenement kijken. Hopelijk speelt het sentiment ‘de afgelopen drie edities waren er toch geen problemen' dan geen rol. In de basis hecht iedereen veel waarde aan veiligheid op het festival. Juist daarom is het essentieel om vooraf een grondige risicoanalyse te maken, zodat daarop weloverwogen beslissingen genomen kunnen worden.” Harold Salomons: “Daar ben ik het helemaal mee eens. Iedere organisatie moet zich dat realiseren. En ook dat ze de Sjaak zijn als ze die analyse links laten liggen en er gebeurt iets. Zij zijn dan verantwoordelijk en worden aansprakelijk gesteld voor al die denkbare risicoscenario’s die je had moeten kennen.” Huibert van Os: “Als beveiliger moet je ook realistisch en eerlijk zijn tegenover de klanten. Als ik gebeld word met een voorstel wat in mijn ogen niet realiseerbaar is, dan krijgen ze dat van mij te horen. Dan mogen ze ons overtuigen waarom dit wel een goed plan zou zijn. Als dat niet lukt, trek ik mijn handen ervan af. Als het fout gaat, is dat niet alleen een barst in het imago van de klant maar ook in dat van mijn bedrijf. Jammer genoeg is het de realiteit dat ze dan wel een of andere cowboy-partij vinden die de klus dan wel wil doen.” Harold Salomons: “Helaas zijn er nog altijd veel cowboys in de markt die onder de prijs duiken. Ze zetten zichzelf als sluitpost in door bijvoorbeeld zonder voldoende expertise ook nog ‘even’ crowd management erbij te doen. Daarmee faciliteer je iets waar je vanuit professioneel oogpunt op het gebied van veiligheid eigenlijk niet achter zou moeten staan.” Stelling 8: Het regelen van verkeer is geen vak – dat kan toch iedereen met een hesje? Ruud van Buren: “Dat is onzin, zeker gezien het belang hiervan. Dat gezegd hebbende, mobiliteit tijdens evenementen is tegenwoordig een steeds groter wordende uitdaging. Parkeren wordt steeds moeilijker en dan hebben we het nog niet eens over de vele werkzaamheden overal. Ga er dan maar eens aanstaan als mobiliteitspartij. Het is absoluut een vak. Wij hebben twee mensen in dienst die zich dag en nacht bezighouden met mobiliteitsuitdagingen. En wat te denken van de mensen die al dat verkeer fysiek regelen. Dat is een zware job. Nederlanders zijn het immers niet altijd eens met de aanwijzingen en rijden dan gewoon door.” Harold Salomons: “Onlangs werden er weer twee verkeersregelaars van hun sokken gereden.” Ruud van Buren: “Dat is inderdaad vreselijk. Ga er dus maar aanstaan om dit werk te doen en gemotiveerd personeel te vinden. We moeten niet vergeten dat het regelen van verkeer en mobiliteit belangrijke onderdelen zijn van festivals. Je wilt namelijk bezoekers op tijd binnen hebben voor omzet en gezelligheid.” Huibert van Os: “De agressie wordt steeds heftiger. Bij Formule 1 in Zandvoort worden wij bijvoorbeeld gevraagd als beveiliger om als back-up bij de verkeersregelaars te staan. Dan kan er ingegrepen worden als bijvoorbeeld een taxichauffeur een net iets te grote mond heeft tegen een regelaar.” Harold Salomons: “Bij grote festivals wordt dit onderdeel zeker op waarde geschat. De verkeerscoördinator zit aan tafel bij ieder integraal veiligheidsoverleg en zij hebben net zoveel als de andere partijen te zeggen. Sterker, bij de in- en uitstroom is hun expertise onmisbaar.” Huibert van Os: “Het is zeker een vak en dat mogen we niet onderschatten. Wel maak ik het verschil tussen het regelen van verkeer en het organiseren van de mobiliteit. Ik durf dan ook te stellen dat als jij een assertief persoon bent, je verkeer kunt regelen. Ik ben bijvoorbeeld geen verkeersregelaar, maar zet me op een hoek en iedereen luistert naar me.” Harold Salomons: “Dat geloof ik graag, maar er is een heel kleine drempel opgeworpen om het op een goede manier in te regelen. Na een digitale cursus van een half uur weet je de basis van verkeerregelen.” Pieter Peerbolte: “Wij zijn er allemaal wel over uit dat je niet zomaar iemand een vestje kan aanmeten en hem of haar erop uit kan sturen om verkeer te regelen. Zeker met steeds groter wordende agressie is het belangrijk om ze met genoeg bagage op pad te sturen.” Regelgeving & Veiligheid Dossier 2025
Begin mei kwamen Daniel Pardijs (Nederlandse Veiligheidsbranche), Harold Salomons (CrowdProfessionals), Huibert van Os (Dutchbase Security), Ruud van Buren (Crowd Care) en Pieter Peerbolte (VGOE) in Hilversum bij elkaar. Samen bogen zij zich over acht scherpe stellingen die de stand van zaken in de veiligheidssector blootleggen. Het resultaat: een openhartig en kritisch gesprek over risicoanalyse, verantwoordelijkheid, technologische innovatie, privacyvraagstukken en de uitdagingen rondom verkeer en regelgeving bij evenementen. “Als je 100% veiligheid wilt, moet je de hele wereld in bubbeltjesplastic inpakken.”
Stelling 1: Een 100% veilig event bestaat niet
Harold Salomons: “Je kunt het hier alleen maar mee eens zijn. Hoe goed de risicoanalyse ook is, er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren. Het enige dat wij kunnen doen is de inzet van mensen, middelen en maatregelen zo goed mogelijk plannen. Zodat we de incidenten die misschien plaatsvinden op een goede manier kunnen mitigeren. Risico’s zijn altijd aanwezig, maar ze moeten beheersbaar blijven.”
Daniel Pardijs: “Alles moet binnen de kaders van onze maatschappelijke en juridische context goed geregeld zijn, maar een 100% veiligheidsdekking bestaat niet. Als je het over evenementen hebt, dan komen daar snel de woorden veiligheid en risico bij. Je kunt beter een hartaanval op een event krijgen dan thuis op de bank. Er is bij evenementen sneller hulp aanwezig.”
Huibert van Os: “Als je 100% veiligheid wil, moet je de hele wereld in bubbeltjesplastic inpakken. Geen probleem, maar een stuk minder gezellig.”

Huibert van Os
Ruud van Buren: “Iedereen wil zo veel mogelijk veiligheid op evenementen, maar er moet wel een goede balans zijn, gebaseerd op een goede risicoanalyse. Je mag zaken als kosten en mogelijkheden niet vergeten. Je merkt dat veiligheid bij een vergunningsverlening de afgelopen jaren steeds belangrijker wordt.”
Daniel Pardijs: “We leven dan ook in maatschappij waar we steeds meer bezig zijn met aansprakelijkheid en claims en de vraag of we goed zijn ingedekt.”
Huibert van Os: “Het is super gemakkelijk voor een gemeente, die niet per se heel veel verstand heeft van evenementen, om te roepen: ‘Wij willen op event X meer beveiligers.’ Dit jaar heb ik al vier van dit soort gesprekken gevoerd. Mijn tegenvraag is dan altijd waarom? Een antwoord daarop wordt nooit gegeven. Gelukkig luisteren ze wel naar je als je met een goed plan komt.”
Harold Salomons: “Ik lees veel plannen die beginnen met de inzet van beveiliging en veel later komt dan de risicoanalyse. Dat moet precies andersom. Je moet je stakeholders meenemen in het waarom en waar beveiligers worden ingezet. Dan krijg je een stuk minder discussie.”

Harold Salomons
Ruud van Buren: “Het is belangrijk dat je goede data voorhanden hebt. Zo kreeg ik ooit de vraag om extra artsen in te zetten bij een event. De verwachting bij de GHOR was dat er veel bezoekers met alcoholintoxatie zouden zijn tijdens het evenement. Dat was overigens niet gebaseerd op cijfers, maar op een gevoel van de GHOR. Data van vorige evenementen kunnen worden gebruikt om onderbouwd te bepalen wat niet of juist wel nodig is.”
Pieter Peerbolte: “Als organisator zit je vaak alleen aan tafel tijdens de overleggen waar de veiligheidseisen gesteld worden. Ik merk dat het heel makkelijk is om te zeggen: dit moet je zo doen, hier moet je aan verplichten.”
Huibert van Os: “Daarom worden wij meegenomen door onze klanten. Het is onze taak om dan te roepen: sorry maar dit is niet reëel.”
Daniel Pardijs: “Om op de stelling terug te komen. 100% veiligheid op welk evenement dan ook is een utopie. Iedereen doet zijn best om voor en tijdens het event risico’s te voorkomen, maar het is onmogelijk om te garanderen dat er niets gebeurt.”

Stelling 2: Publieksveiligheid is primair de verantwoordelijkheid van de organisator, niet van de beveiligingspartner
Harold Salomons: “Iedereen mag een event organiseren, maar dan moet men zich wel realiseren dat dit flink wat verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Binnen de stelling klopt het woord primair dan ook niet. De organisator heeft de eindverantwoordelijkheid. Punt. Als iets echt misgaat kan hij of zij die verantwoordelijkheid niet afschuiven op partijen die ingehuurd zijn. De vergunninghouder blijft altijd de eindverantwoordelijke.”
Huibert van Os: “Daar ben ik het mee eens, maar ik wil wel een kanttekening maken. De beveiliger heeft natuurlijk veel meer kennis in huis over wat onveilige situaties creëert. Wij zijn er immers als het mis gaat. Het is dus belangrijk dat beveiligingspartners in een vroeg stadium meegenomen worden om mee te denken. En dan niet alleen over het aantal mensen, maar ook over de routing, signing, wildplassen, het aantal en de plek van toiletten en noem het maar op. Zaken waarvan je in eerste instantie denkt: dat heeft niets met beveiliging te maken. Geloof me, dat is vaak wel het geval. Als je dit alles op de juiste manier insteekt, kun je zelfs bezuinigen op veiligheid. Je kunt er 20 mensen bijnemen om het wildplassen tegen te gaan, maar dan kun je beter kijken naar het anders inrichten van de toiletgroepen.”
Daniel Pardijs: “Letterlijk genomen klopt de stelling. De organisator is verantwoordelijk en dat snappen ze ook wel. Zij weten ook dat ze heel veel expertise nodig hebben om verantwoordelijkheid te nemen en beveiliging is daar een invulling van. Daarom werken organisatoren met verschillende partners en delegeren het werk. Er moet wel een helder beleid vanuit de organisator zijn dat overeenkomt met de wensen en mogelijkheden van de partners. Jammer genoeg zie ik nog te vaak dat dit niet gebeurt.”

Daniel Pardijs
Ruud van Buren: “Wij nemen ook steeds vaker de projectleiders mee in productionele overleggen. Hierdoor weten ze de gedachten achter bepaalde besluiten of opzetten van plannen. Daarmee zijn ze veel meer betrokken en krijgen ze niet kort van tevoren een plan te zien waarvoor zij alleen hun deel moeten inplannen en uitvoeren. Het beste is dat de samenwerking een integraal proces wordt.”
Daniel Pardijs: “De realiteit blijft dat je als beveiligersorganisatie een ND-vergunning nodig hebt en al je personeel gescreend en goed opgeleid moet zijn. Een organisator hoeft amper kwalificaties aan te tonen. Dat blijft een soort disbalans.”
Huibert van Os: “Zou jij ervoor pleiten dat organisatoren een Organisatie-identificatienummer krijgen? [Een uniek nummer waarmee organisaties zich kunnen identificeren, authentiseren en of autoriseren bij digitaal berichtenverkeer binnen en met de overheid – red.]
Daniel Pardijs: “Ik weet niet op welke manier, maar in de risicoanalyse van de overheid komt ook aan de orde wat de betrouwbaarheid en kwaliteit is van een organisatie. Dat zou je best aan iets moeten kunnen staven. Een vorm van kwaliteitsnormering is volgens mij altijd goed.”

Pieter Peerbolte
Harold Salomons: “Het is niet alleen zo voor de organisator, maar het geldt ook voor de veiligheidscoördinator. Dat doe ik bijvoorbeeld voor Awakenings. Een apart diploma heb ik hier niet voor hoeven halen. Je rolt erin op basis van kennis en ervaring. Zoals Daniel al zei: een beveiliger moet aan gestelde eisen voldoen, maar diegene die ze aanstuurt niet.”
Pieter Peerbolte: “Bij events zonder hekken is de organisator verantwoordelijk voor het evenement, maar het terrein deel je met politie en andere partijen. Dat is een grijs gebied waar we tegen onduidelijkheid aan lopen. Volgens de politie is dit jouw evenementengebied en binnen jouw beveiligingsstructuur ben jij verantwoordelijk. Beveiligers op hun beurt zeggen: wij mogen niet alles en zijn beperkt in wat we kunnen doen.”
Huibert van Os: “Als iemand zich niet aan de huisregels houdt, kun je hem of haar bij een afgesloten event buiten de hekken zetten. Bij stadsevenementen is dat inderdaad een ander verhaal.”
Het is een grijs gebied waar we tegen onduidelijkheid aan lopen
Bekijk hieronder het videoverslag van het gesprek:
Stelling 3: De inzet van slimme wearables (bijvoorbeeld RFID-badges en biometrie) is noodzakelijk voor optimale veiligheid
Ruud van Buren: “In andere landen gebeuren zaken waarvan je denkt: moet je dat hier ook willen? Tien jaar geleden zette de Britse politie tijdens het Download Festival gezichtsherkenning in bij de instroom. Je moet echt wel een goede reden hebben om dit soort zaken te gebruiken.”
Huibert van Os: “Het woord noodzakelijk maakt dit een totale onzinstelling. Het is totaal niet noodzakelijk. We hebben het over grootschalige evenementen en daar is het belangrijk dat de bezoekers zich vrij voelen. Op alle vlakken. Het slaat nergens op om iedere bezoeker een bandje te geven zodat we weten wie ze zijn en wat ze doen. De data die hierdoor vrijkomen, zijn echter heel handig vanuit een bedrijfsperspectief. Zo kun je bijvoorbeeld inzicht krijgen in wat er gedronken wordt.”
Harold Salomons: “Dynamic crowd management biedt tal van mogelijkheden. Van gescande gezichten kan bijvoorbeeld worden bepaald of de bezoeker blij of geïrriteerd is. Het is de vraag of je dat als bezoeker wilt. Je conformeert je al aan huisregels die soms best ver gaan en dan geef je nu oo nog toestemming om een gemoedstoestand op te meten. Ik vind het een veel beter idee om de beveiliger uit te rusten met een locatietracker. Dan kun je snel schakelen als er een incident is.”

Ruud van Buren
Daniel Paradijs: “Bij dit soort vraagstukken werk ik altijd met vier pijlers. Wat doet het met de veiligheid, de service, de aansprakelijkheid en de kosten? Je moet iedere keer de ‘sweet spot’ tussen die vier aspecten ontdekken. Je kunt het ook vanuit een filosofisch oogpunt bekijken: willen we dit als maatschappij?”
Pieter Peerbolte: “Tijdens het bevrijdingsfestival in Wageningen werd een rookbom op het podium gegooid terwijl de minister-presidenten van Nederland en Polen daar stonden. Denken jullie dat zo’n incident voorkomen had kunnen worden door de inzet van dat soort slimme wearables om zo het publiek te screenen?”
Daniel Pardijs: “Ik denk dat je in dat soort gevallen moet weten dat je in een ander risicoprofiel zit en andere veiligheidsmaatregelen moet nemen. Bijvoorbeeld op het podium en verschillende lagen in de ringen daar rondom heen.”
Ruud van Buren: “In het verleden zijn er in Frankrijk en Engeland verschillende aanslagen geweest in venues. We kennen allemaal de voorbeelden. Je zag toen dat de regelgeving om dit in de toekomst te voorkomen strenger werd. Door risicoanalyse en bewustwording kan dat ook weer verlaagd worden. De vraag was of het nodig is om altijd in zo’n hoog veiligheidsniveau te zitten?

Huibert van Os: “Je praat ook over incidenten. Regels worden vaak bedacht als reactie op iets ergs dat gebeurd is. Als het een structureel verhaal is, moet je daar anders naar kijken.”
Ruud van Buren: “Overigens werken sommige van die regels nog steeds uitstekend. Na Bataclan kwam er het grote tassenverbod. Dit is niet bedoeld om explosieven te vinden, maar juist om de doorstroming bij visitatie bij de entree te versnellen en bezoekers niet angstig te maken van grote tassen en wat daar niet in zou kunnen zitten.”
Harold Salomons: “Kortom, slimme wearables zijn absoluut niet noodzakelijk. We hebben eerder al geconcludeerd dat 100% veiligheid niet haalbaar is. Dat lukt ook niet met dit soort gadgets.”
Stelling 4: Een vaste evenementlocatie is per definitie veiliger dan een festivalterrein of een openbaar evenement
Huibert van Os: “Een vaste locatie zorgt voor vaste obstakels. De afgelopen 20 jaar keek ik naar concept, doelgroep en wat er op de plek gaat plaats vinden. Je gaat met die informatie een plan maken. Bij een hardstyle-event weet je dat iedereen twee uur van tevoren aanwezig is, terwijl bij een R&B-event veel bezoekers vaak juist te laat binnenkomen. Daar richt je het terrein op in. Bij een vaste locatie is dat veel moeilijker, omdat je met bepaalde afmetingen moet werken.”
Harold Salomons: “Als je altijd in dezelfde ruimte zit, weet je hoe alles werkt en waar alles staat. De kans dat routine erin sluipt is dan groter. Bij een festivalterrein, dat iedere keer anders is, ben je volgens mij veel scherper.”
Daniel Pardijs: “Bij vaste locaties vraag ik me soms af of er in de ontwerpfase wel écht is gekeken vanuit een crowdmanagementperspectief. Dat is essentieel en kan op sommige plekken echt beter.”

Harold Salomons: “Ook hier geldt: schakel op tijd een veiligheidsexpert in. Kijk naar het Arena-gebied. Daar is gekozen voor een ondervloer van kleine klinkertjes — die je er zó uit kunt trekken en tegen iemand aan kunt gooien. Zo zie je maar: een vaste locatie is niet per se veiliger.”
Daniel Pardijs: “Een vaste evenementenlocatie stelt je wel meer en beter in staat om te analyseren en te evalueren door kleine dingen aan te passen en dan zien wat dat voor effect heeft. Dat is bij een jaarlijks terugkerend groot festival een stuk moeilijker.”
Pieter Peerbolte: “Voor evenementen in binnensteden zonder hekwerk is het echt een ander verhaal. Je hebt daar geen controle over hoe de stad eruitziet — dat verandert elk jaar. Ineens is een straat afgesloten, is een gebouw gesloopt of zit er een andere ondernemer. Het lijkt me heerlijk om eens een event te mogen organiseren op een groot grasveld of gewoon bij een vaste locatie met muren.”
Een vaste locatie is niet per se veiliger
Stelling 5: AI en data-analyse zullen binnen vijf jaar belangrijker zijn dan cameratoezicht bij crowd management
Pieter Peerbolte: “Dat denk ik niet. Bij crowd management is het een cirkel van allerlei soorten informatie. Data-analyse en AI zijn daar onderdeel van. Het een zal het ander nooit overstijgen.”
Harold Salomons: “Het zal meer samensmelten. Een AI-tool kan in toekomst bijvoorbeeld meelopen bij cameratoezicht. Cameratoezicht is bedoeld om aandacht te trekken als er iets misgaat. Het geeft sturingsinformatie. AI kan wellicht goed bepaalde zaken uitzoeken, maar de beveiliging zal het altijd zelf eerst visueel willen zien om volgende stappen te maken. AI wordt overigens al gebruikt voor veiligheid. In het wallengebied van Amsterdam is een cameranetwerk dat veel datastromen bij elkaar brengt. Een AI-dashboard kan aan de voorkant al een signaal creëren op basis wat er over een half uur kan gebeuren. Dat is natuurlijk een holy grail voor crowd management.”
Daniel Pardijs: “Het vak van crowd science is relatief jong. De mensen die dit soort systemen moeten controleren en voeden, zijn nu nog schaars. In onze sector is er ook nog weinig wetenschappelijk onderzoek hierover gedaan. De techniek is volgens mij voor nu interessanter voor dataopbouw dan om er in het veld mee te werken. Aan de ene kant kan het zeker bijdragen aan meer informatie. De menselijke maat blijft echter wel belangrijk voor bijvoorbeeld duiding.”

Pieter Peerbolte: “Er zijn niet veel organisaties die het geld hebben of willen uitgeven om dit breed in onze branche in te zetten. Dat houdt ontwikkeling wel tegen.”
Huibert van Os: “Als je als cameracentralist bezig bent met 20 camera’s, klik je door de verschillende schermen. Als AI op de achtergrond mee hebt draaien die alleen signaleert, kan dat zorgen voor kostenbesparing en een verhoging van de veiligheid. Maar er is nog veel onduidelijk. Ik moet denken aan een uitspraak die ik onlangs hoorde. Kennis is weten dat een tomaat een fruitsoort is, maar wijsheid is dat je weet dat je een tomaat niet in een fruitsalade stopt. Ik ben heel benieuwd hoe AI daar mee omgaat. Je kunt constateren dat een prullenbak in de weg staat waardoor een bezoekersstroom verstoord wordt, maar kan AI die stroom ook koppelen aan het feit dat daar een prullenbak staat?”
Pieter Peerbolte: “Dat kan het volgens mij zeker al.”
Daniel Pardijs: “De mogelijkheid om emotie, gedrag en bewegingen te koppelen en daar iets over te vinden, is in ontwikkeling. Onze tak van sport heeft op korte termijn mensen nodig die de techniek achter AI snappen en daarmee om kunnen gaan.”
Ruud van Buren: “Je hebt hiervoor heel veel data nodig en cultuurverschillen spelen ook een rol. De situatie in Engeland, Frankrijk of Duitsland is anders dan in Nederland. We werken in onze markt met zo veel parameters. Dat gezegd hebbende denk ik wel dat je een techniek als AI moet omarmen. Wij maken op dit vlak al kleine stapjes, bijvoorbeeld op het gebied van data-analyse.”

Daniel Pardijs: “Als er een situatie ontstaat waarin AI belangrijker wordt dan cameratoezicht, verschijnen er verschillende grote uitdagingen. Vooral op juridisch en verzekeringstechnisch gebied. Wat te doen als we vertrouwen op de keuze die het programma maakt in een crisissituatie en het gaat toch mis. Wie wordt dan aangewezen als verantwoordelijke?
Ruud van Buren: “Dat AI een steeds belangrijker onderdeel gaat worden van onze toekomstige werkzaamheden staat volgens mij wel vast, maar er zitten ook verschillende haken en ogen aan. En dan denk ik voornamelijk aan privacy en AVG-wetgeving. Daar moet iedereen wel over na gaan denken.”
Stelling 6: Iedereen op een event moet digitaal traceerbaar zijn, anonimiteit is een veiligheidsrisico
Harold Salomons: “Anonimiteit is altijd een veiligheidsrisico. Ik denk ook dat dat risico, zeker op evenementen, er mag zijn. Het is niet goed als je dat weghaalt en iedereen in alles wat ze doen, traceerbaar zijn. Wellicht is het uiteindelijk goed voor veiligheid, maar welke prijs betaal je daarvoor? Ook niet onbelangrijk is de vraag of je daardoor het evenement ook aantrekkelijk of leuker maakt voor je bezoekers? Ik denk het niet. Daarnaast speelt er nog iets anders. Wie krijgen allemaal toegang tot al die informatie? Andere partijen dan de organisator? Of misschien wel ernstiger, de overheid? Ik denk dat er grote groepen mensen zijn die daarom hier niet aan mee willen werken.”
Daniel Pardijs: “Het is belangrijk dat je als bezoeker altijd de keuze krijgt. Wil ik wel of niet traceerbaar zijn en wat staat daar dan tegenover? Werk ik niet mee, dan kan bijvoorbeeld de service misschien lager zijn, maar de bewegingsruimte in het kiezen is en blijft belangrijk.”
Harold Salomons: “Het kan wel zijn dat digitale traceerbaarheid gebruikt kan worden bij een groot veiligheidsrisico. Denk bijvoorbeeld aan een grote groep hooligans die op weg is naar een stadion. Het is dan belangrijk dat je kunt checken wie wie is, zodat je als het misgaat de desbetreffende personen kunt achterhalen. Dit kan alleen na een gedegen analyse dat het daadwerkelijk om een heel groot veiligheidsrisico gaat. Want ik blijf het een inbreuk op een grondrecht vinden. Je kunt dit niet zomaar toepassen en zeker niet op een event waar iedereen heen gaat om juist even uit het dagelijks leven te ontsnappen.”

Ruud van Buren: “Wie neemt de beslissing in het geval dat je schetst? De organisator of moet de politie of gemeente hiermee komen?”
Harold Salomons: “De politie of de burgemeester kan die beslissing nemen.”
Ruud van Buren: “Ik denk niet dat dit ooit realiteit zal worden, al was het alleen maar vanwege de AVG. Binnen de huidige wetgeving lijkt dat simpelweg niet haalbaar.”
Stelling 7: Security wordt nog te vaak als sluitpost gezien
Huibert van Os: “Bij kleinere organisaties is dat misschien het geval, maar zeker niet bij de klanten waar wij mee werken. Als je events draait voor pak hem beet 50.000 man, weet je wel wat er aan de hand is en dan wordt beveiliging echt niet als een sluitpost gezien.”
Harold Salomons: “Overal wordt op bezuinigd, zeker als je in de knel komt met je businesscase en dan is security natuurlijk ook een onderdeel waarnaar gekeken wordt. Hier is het wel belangrijk dat je als organisator niet naar beveiliging moet kijken als iets dat je moet doen omdat het nu eenmaal nodig is. Doe je dat wel dan is voor hen security altijd een sluitpost.”
Huibert van Os: “Je kunt pas bezuinigen als je ook je evenement anders inricht. Je kunt niet zeggen: normaal hebben we 80 man beveiliging, maar nu doen we dat met 60.”

Pieter Peerbolte: “Natuurlijk wel. Er zijn genoeg organisatoren die zo redeneren. Als organisator moet je in een vroeg stadium de beslissing nemen welk bedrag je aan de line-up wilt uitgeven. In de laatste weken voor het event is het natuurlijk veel makkelijker om af of op te schalen met de diensten die je inhuurt.”
Harold Salomons: “Mee eens, er wordt vaak gedacht: ik heb de afgelopen jaren altijd beveiligers bij de nooduitgang gehad, maar dat kan ook best een servicemedewerker zijn. Dat scheelt geld en is dus een bezuinigingspost.”
Huibert van Os: “Bij ons gaat het meestal zo: de klant komt met het verhaal dat er vorig jaar een bepaald bedrag aan beveiliging is uitgegeven. Vervolgens stelt de gemeente extra eisen en vraagt men of wij kunnen meedenken over hoe die het best en zo kostenefficiënt mogelijk ingevuld kunnen worden. Samen zoeken we dan naar een haalbare oplossing. Ik heb tot nu toe niet de indruk dat beveiliging als sluitpost wordt gezien.”
Ruud van Buren: “Wanneer de bezoekersaantallen tegenvallen, is het logisch dat organisatoren kritisch naar alle onderdelen van het evenement kijken. Hopelijk speelt het sentiment ‘de afgelopen drie edities waren er toch geen problemen’ dan geen rol. In de basis hecht iedereen veel waarde aan veiligheid op het festival. Juist daarom is het essentieel om vooraf een grondige risicoanalyse te maken, zodat daarop weloverwogen beslissingen genomen kunnen worden.”

Harold Salomons: “Daar ben ik het helemaal mee eens. Iedere organisatie moet zich dat realiseren. En ook dat ze de Sjaak zijn als ze die analyse links laten liggen en er gebeurt iets. Zij zijn dan verantwoordelijk en worden aansprakelijk gesteld voor al die denkbare risicoscenario’s die je had moeten kennen.”
Huibert van Os: “Als beveiliger moet je ook realistisch en eerlijk zijn tegenover de klanten. Als ik gebeld word met een voorstel wat in mijn ogen niet realiseerbaar is, dan krijgen ze dat van mij te horen. Dan mogen ze ons overtuigen waarom dit wel een goed plan zou zijn. Als dat niet lukt, trek ik mijn handen ervan af. Als het fout gaat, is dat niet alleen een barst in het imago van de klant maar ook in dat van mijn bedrijf. Jammer genoeg is het de realiteit dat ze dan wel een of andere cowboy-partij vinden die de klus dan wel wil doen.”
Harold Salomons: “Helaas zijn er nog altijd veel cowboys in de markt die onder de prijs duiken. Ze zetten zichzelf als sluitpost in door bijvoorbeeld zonder voldoende expertise ook nog ‘even’ crowd management erbij te doen. Daarmee faciliteer je iets waar je vanuit professioneel oogpunt op het gebied van veiligheid eigenlijk niet achter zou moeten staan.”
Stelling 8: Het regelen van verkeer is geen vak – dat kan toch iedereen met een hesje?
Ruud van Buren: “Dat is onzin, zeker gezien het belang hiervan. Dat gezegd hebbende, mobiliteit tijdens evenementen is tegenwoordig een steeds groter wordende uitdaging. Parkeren wordt steeds moeilijker en dan hebben we het nog niet eens over de vele werkzaamheden overal. Ga er dan maar eens aanstaan als mobiliteitspartij. Het is absoluut een vak. Wij hebben twee mensen in dienst die zich dag en nacht bezighouden met mobiliteitsuitdagingen. En wat te denken van de mensen die al dat verkeer fysiek regelen. Dat is een zware job. Nederlanders zijn het immers niet altijd eens met de aanwijzingen en rijden dan gewoon door.”
Harold Salomons: “Onlangs werden er weer twee verkeersregelaars van hun sokken gereden.”
Ruud van Buren: “Dat is inderdaad vreselijk. Ga er dus maar aanstaan om dit werk te doen en gemotiveerd personeel te vinden. We moeten niet vergeten dat het regelen van verkeer en mobiliteit belangrijke onderdelen zijn van festivals. Je wilt namelijk bezoekers op tijd binnen hebben voor omzet en gezelligheid.”

Huibert van Os: “De agressie wordt steeds heftiger. Bij Formule 1 in Zandvoort worden wij bijvoorbeeld gevraagd als beveiliger om als back-up bij de verkeersregelaars te staan. Dan kan er ingegrepen worden als bijvoorbeeld een taxichauffeur een net iets te grote mond heeft tegen een regelaar.”
Harold Salomons: “Bij grote festivals wordt dit onderdeel zeker op waarde geschat. De verkeerscoördinator zit aan tafel bij ieder integraal veiligheidsoverleg en zij hebben net zoveel als de andere partijen te zeggen. Sterker, bij de in- en uitstroom is hun expertise onmisbaar.”
Huibert van Os: “Het is zeker een vak en dat mogen we niet onderschatten. Wel maak ik het verschil tussen het regelen van verkeer en het organiseren van de mobiliteit. Ik durf dan ook te stellen dat als jij een assertief persoon bent, je verkeer kunt regelen. Ik ben bijvoorbeeld geen verkeersregelaar, maar zet me op een hoek en iedereen luistert naar me.”
Harold Salomons: “Dat geloof ik graag, maar er is een heel kleine drempel opgeworpen om het op een goede manier in te regelen. Na een digitale cursus van een half uur weet je de basis van verkeerregelen.”
Pieter Peerbolte: “Wij zijn er allemaal wel over uit dat je niet zomaar iemand een vestje kan aanmeten en hem of haar erop uit kan sturen om verkeer te regelen. Zeker met steeds groter wordende agressie is het belangrijk om ze met genoeg bagage op pad te sturen.”

Regelgeving & Veiligheid Dossier 2025
Na het succes eind vorig jaar, sluiten wij ook 2025 af met het Regelgeving & Veiligheid Dossier. Deze uitgave verschijnt op 4 december als dubbel-editie met het eindejaarsnummer van EB Live.
Gekoppeld hieraan vinden op 12 november de opnames plaats van het EB Live Grotetafelgesprek rondom Regelgeving & Veiligheid. Wil jij jouw positie alvast reserveren? Neem dan contact op met Mitchel van der Heide via mitchel.vanderheide@imediate.nl of 06-50949656.
Categorie: Regelgeving & Veiligheid