Livemuziekmonitor 2008–2024: de Nederlandse livesector groeit, verschuift en schuurt

Livemuziekmonitor 2008–2024: de Nederlandse livesector groeit, verschuift en schuurt

De Nederlandse Livemuziekmonitor 2008–2024, gepresenteerd tijdens ESNS in Groningen, laat een sector zien die groeit, verschuift en schuurt. De Monitor, samengesteld door Martijn Mulder (Erasmus Universiteit/POPLIVE) en Britt Swartjes (Boekmanstichting), bouwt voort op de eerste editie uit 2022 en schetst een datagedreven beeld van zeventien jaar live popmuziek in Nederland. Martijn Mulder Waar de vorige editie eindigde bij 2019, brengt deze nieuwe rapportage ook de post-covid jaren in kaart. De conclusies zijn scherp: de sector groeit, maar ongelijk; de druk op informele podia neemt verder toe; ‘festivalisering’ maakt plaats voor ‘ontfestivalisering’; en het profiel van Nederlandse artiesten verandert zichtbaar. Er is een groeide behoefte aan actuele cijfers, vertelt Martijn Mulder: “Wat ik vooral hoor, is dat mensen het prettig vinden dat hun vermoedens nu daadwerkelijk met data worden onderbouwd. De Monitor geeft de sector de munitie om richting beleidsmakers en subsidieverstrekkers een stevig verhaal neer te zetten.” Minder festivals, minder speelplekken, maar méér optredens In 2016 telde Nederland nog 1.165 festivals met popprogrammering. In 2024 zijn dat er slechts 628 een daling van bijna 50 procent. Mulder noemt stijgende kosten als belangrijkste oorzaak: “Het is een combinatie van factoren, maar de belangrijkste reden is zonder twijfel de kosten. Stijgende productiekosten, hogere personeelslasten en duurdere infrastructuur zetten de haalbaarheid van vooral middelgrote en kleinere festivals onder druk.” “Uit publieksonderzoek hoorden we hetzelfde terug: je kunt je geld maar één keer uitgeven, en wie €350 aan een Lowlands-ticket besteedt, geeft dat bedrag niet meer uit aan andere festivals. Mensen moeten dus keuzes maken, en de markt was duidelijk verzadigd. Dat het aanbod zou afnemen, was niet onverwacht, maar door de sterke kostenstijgingen is die terugloop veel sneller gegaan dan we hadden voorzien.” Het aantal podia en locaties waar één hoofdact geprogrammeerd staat, daalde van een piek van 904 (2016) naar 626 in 2024. Tegelijkertijd stijgt het aantal concerten per podium naar gemiddeld 26 per jaar, het hoogste niveau ooit. De ondergang van informele speelplekken De Monitor identificeert een structureel probleem: kleine, informele locaties verdwijnen sneller dan ooit. Het aandeel optredens op informele plekken (cafés, buurtcentra, lage-drempelhoreca) daalde van 30% in 2009 naar slechts 8% in 2024. Mulder ziet dit terug in het hele land: “In Breda bij Mezz, waar ik ook toezichthouder ben, zie ik het gebeuren: reguliere zalen programmeren meer, maar de informele speelplekken verdwijnen. In gesprekken in Groningen tijdens ESNS en elders kwam steeds hetzelfde terug: cafés en buurthuizen krijgen het simpelweg niet meer rond. Een ondernemer uit de Grote Markt in Den Haag vertelde dat hij bijna geen bands meer kan programmeren door kosten, vergunningseisen en risico op geluidsoverlast. Door ontwikkelingen zoals Fair Pay haken veel ondernemers af; ze kunnen nu al nauwelijks artiesten betalen, laat staan tegen hogere vergoedingen.” Ze kunnen nu al nauwelijks artiesten betalen, laat staan tegen hogere vergoedingen Dit raakt vooral beginnende bands, die voorheen ervaring opdeden in kroegen en kleine zaaltjes. Popronde heeft daardoor deels de rol van ‘tussenlaag’ overgenomen: “Bands weten dat ze bij Popronde in een half jaar tijd 25 tot 30 shows kunnen spelen. Buiten Popronde weten ze niet waar ze die shows vandaan moeten halen,” legt Mulder uit. Doorstroom van artiesten staat onder druk Van de 41.992 artiesten die sinds 2008 optraden, speelde 44% slechts één of twee keer. Slechts 2,9% haalde meer dan 50 optredens in 16 jaar. Mulder ziet vooral de middenmoot verdwijnen: “Het gaat me niet om de top, maar om bands die drie tot vijf jaar bestaan en regelmatig spelen. Juist die groep wordt kleiner. Daardoor is de kans om door te groeien ook kleiner. De stabiliteit van artiestencarrières staat daarmee onder druk.” Genderbalans: groei stokt, verschuiving naar gemengde acts Een opvallende trendbreuk: na een duidelijke vooruitgang tussen 2017–2019 stagneert de groei van vrouwelijke artiesten op de Nederlandse podia. “We waren benieuwd hoe die ontwikkeling zich na de pandemie zou voortzetten,” vertelt Mulder. “In 2022 brachten we een festivalmonitor uit voor elf grote Nederlandse festivals, en daarin waren er zelfs twee of drie festivals die meer dan vijftig procent vrouwen op het podium hadden. Dat leek erop te wijzen dat de stijgende lijn doorzette. Maar als we nu kijken naar de volledige sector in Nederland over 2022, 2023 en 2024, dan lijkt die groei weer te stabiliseren. Het aandeel gemengde acts stijgt wel, maar dat zijn in de praktijk vaak acts met een frontvrouw en verder mannen.” Nederlandse artiesten domineren grotere zalen Hoewel het percentage Nederlandse artiesten stabiel blijft op 60–65%, verschuiven ze wél omhoog in zaalcapaciteit. Mulder: “Als je vijftien jaar geleden had gevraagd welke Nederlandse artiesten de Ziggo Dome konden vullen, dan kwam je misschien uit bij Golden Earring en Marco Borsato, maar veel meer waren het er niet. Nu zie je in de agenda dat er veel meer dan voorheen Nederlandse artiesten in de Ziggo Dome staan.” Een culturele tweedeling in genres De geografische spreiding van genres laat een opvallend contrast zien: Randstad: progressieve genres, hiphop, indie, experimenteel Oosten & Zuiden: tribute-acts, metal, blues, Nederlandstalig, klassieke rock “In het oosten en zuiden zou je misschien verwachten dat die regio’s de ontwikkeling binnen de Randstad volgen, maar je ziet juist een tegengestelde beweging: daar worden de meer traditionele genres steeds populairder. Tribute-acts zijn er bijzonder geliefd, net als blues, Nederlandstalige volksmuziek die steeds vaker ook de poppodia bereikt, en daarnaast genres als metal en klassieke rock. Het lijkt bijna op een culturele tweedeling die je breder in de samenleving ziet, en die zich hier duidelijk weerspiegelt in muziekvoorkeuren,” legt Mulder uit. Buiten de randstad worden de meer traditionele genres steeds populairder Mulder sluit het gesprek af met een positieve noot: “De sector doet het in meerdere opzichten goed, maar het is niet altijd een positief verhaal. De Monitor laat vooral zien waar de pijnpunten liggen, zodat we er iets aan kunnen doen.” De Monitor is samengesteld door Martijn Mulder (Erasmus Universiteit/POPLIVE) en Britt Swartjes (Boekmanstichting). De Boekmanstichting en het Fonds Podiumkunsten maakten de nieuwe editie financieel mogelijk.

De Nederlandse Livemuziekmonitor 2008–2024, gepresenteerd tijdens ESNS in Groningen, laat een sector zien die groeit, verschuift en schuurt. De Monitor, samengesteld door Martijn Mulder (Erasmus Universiteit/POPLIVE) en Britt Swartjes (Boekmanstichting), bouwt voort op de eerste editie uit 2022 en schetst een datagedreven beeld van zeventien jaar live popmuziek in Nederland.

Martijn Mulder

Waar de vorige editie eindigde bij 2019, brengt deze nieuwe rapportage ook de post-covid jaren in kaart. De conclusies zijn scherp: de sector groeit, maar ongelijk; de druk op informele podia neemt verder toe; ‘festivalisering’ maakt plaats voor ‘ontfestivalisering’; en het profiel van Nederlandse artiesten verandert zichtbaar.

Er is een groeide behoefte aan actuele cijfers, vertelt Martijn Mulder: “Wat ik vooral hoor, is dat mensen het prettig vinden dat hun vermoedens nu daadwerkelijk met data worden onderbouwd. De Monitor geeft de sector de munitie om richting beleidsmakers en subsidieverstrekkers een stevig verhaal neer te zetten.”

Minder festivals, minder speelplekken, maar méér optredens

In 2016 telde Nederland nog 1.165 festivals met popprogrammering. In 2024 zijn dat er slechts 628 een daling van bijna 50 procent. Mulder noemt stijgende kosten als belangrijkste oorzaak: “Het is een combinatie van factoren, maar de belangrijkste reden is zonder twijfel de kosten. Stijgende productiekosten, hogere personeelslasten en duurdere infrastructuur zetten de haalbaarheid van vooral middelgrote en kleinere festivals onder druk.”

“Uit publieksonderzoek hoorden we hetzelfde terug: je kunt je geld maar één keer uitgeven, en wie €350 aan een Lowlands-ticket besteedt, geeft dat bedrag niet meer uit aan andere festivals. Mensen moeten dus keuzes maken, en de markt was duidelijk verzadigd. Dat het aanbod zou afnemen, was niet onverwacht, maar door de sterke kostenstijgingen is die terugloop veel sneller gegaan dan we hadden voorzien.”

Het aantal podia en locaties waar één hoofdact geprogrammeerd staat, daalde van een piek van 904 (2016) naar 626 in 2024. Tegelijkertijd stijgt het aantal concerten per podium naar gemiddeld 26 per jaar, het hoogste niveau ooit.

De ondergang van informele speelplekken

De Monitor identificeert een structureel probleem: kleine, informele locaties verdwijnen sneller dan ooit. Het aandeel optredens op informele plekken (cafés, buurtcentra, lage-drempelhoreca) daalde van 30% in 2009 naar slechts 8% in 2024.

Mulder ziet dit terug in het hele land: “In Breda bij Mezz, waar ik ook toezichthouder ben, zie ik het gebeuren: reguliere zalen programmeren meer, maar de informele speelplekken verdwijnen. In gesprekken in Groningen tijdens ESNS en elders kwam steeds hetzelfde terug: cafés en buurthuizen krijgen het simpelweg niet meer rond. Een ondernemer uit de Grote Markt in Den Haag vertelde dat hij bijna geen bands meer kan programmeren door kosten, vergunningseisen en risico op geluidsoverlast. Door ontwikkelingen zoals Fair Pay haken veel ondernemers af; ze kunnen nu al nauwelijks artiesten betalen, laat staan tegen hogere vergoedingen.”

Ze kunnen nu al nauwelijks artiesten betalen, laat staan tegen hogere vergoedingen

Dit raakt vooral beginnende bands, die voorheen ervaring opdeden in kroegen en kleine zaaltjes. Popronde heeft daardoor deels de rol van ‘tussenlaag’ overgenomen: “Bands weten dat ze bij Popronde in een half jaar tijd 25 tot 30 shows kunnen spelen. Buiten Popronde weten ze niet waar ze die shows vandaan moeten halen,” legt Mulder uit.

Doorstroom van artiesten staat onder druk

Van de 41.992 artiesten die sinds 2008 optraden, speelde 44% slechts één of twee keer. Slechts 2,9% haalde meer dan 50 optredens in 16 jaar.

Mulder ziet vooral de middenmoot verdwijnen: “Het gaat me niet om de top, maar om bands die drie tot vijf jaar bestaan en regelmatig spelen. Juist die groep wordt kleiner. Daardoor is de kans om door te groeien ook kleiner. De stabiliteit van artiestencarrières staat daarmee onder druk.”

Genderbalans: groei stokt, verschuiving naar gemengde acts

Een opvallende trendbreuk: na een duidelijke vooruitgang tussen 2017–2019 stagneert de groei van vrouwelijke artiesten op de Nederlandse podia.

“We waren benieuwd hoe die ontwikkeling zich na de pandemie zou voortzetten,” vertelt Mulder. “In 2022 brachten we een festivalmonitor uit voor elf grote Nederlandse festivals, en daarin waren er zelfs twee of drie festivals die meer dan vijftig procent vrouwen op het podium hadden. Dat leek erop te wijzen dat de stijgende lijn doorzette. Maar als we nu kijken naar de volledige sector in Nederland over 2022, 2023 en 2024, dan lijkt die groei weer te stabiliseren. Het aandeel gemengde acts stijgt wel, maar dat zijn in de praktijk vaak acts met een frontvrouw en verder mannen.”

Nederlandse artiesten domineren grotere zalen

Hoewel het percentage Nederlandse artiesten stabiel blijft op 60–65%, verschuiven ze wél omhoog in zaalcapaciteit. Mulder: “Als je vijftien jaar geleden had gevraagd welke Nederlandse artiesten de Ziggo Dome konden vullen, dan kwam je misschien uit bij Golden Earring en Marco Borsato, maar veel meer waren het er niet. Nu zie je in de agenda dat er veel meer dan voorheen Nederlandse artiesten in de Ziggo Dome staan.”

Een culturele tweedeling in genres

De geografische spreiding van genres laat een opvallend contrast zien:

  • Randstad: progressieve genres, hiphop, indie, experimenteel
  • Oosten & Zuiden: tribute-acts, metal, blues, Nederlandstalig, klassieke rock

“In het oosten en zuiden zou je misschien verwachten dat die regio’s de ontwikkeling binnen de Randstad volgen, maar je ziet juist een tegengestelde beweging: daar worden de meer traditionele genres steeds populairder. Tribute-acts zijn er bijzonder geliefd, net als blues, Nederlandstalige volksmuziek die steeds vaker ook de poppodia bereikt, en daarnaast genres als metal en klassieke rock. Het lijkt bijna op een culturele tweedeling die je breder in de samenleving ziet, en die zich hier duidelijk weerspiegelt in muziekvoorkeuren,” legt Mulder uit.

Buiten de randstad worden de meer traditionele genres steeds populairder

Mulder sluit het gesprek af met een positieve noot: “De sector doet het in meerdere opzichten goed, maar het is niet altijd een positief verhaal. De Monitor laat vooral zien waar de pijnpunten liggen, zodat we er iets aan kunnen doen.”

De Monitor is samengesteld door Martijn Mulder (Erasmus Universiteit/POPLIVE) en Britt Swartjes (Boekmanstichting). De Boekmanstichting en het Fonds Podiumkunsten maakten de nieuwe editie financieel mogelijk.

Categorie: Festivals & Concerten

Lees dit artikel op EB & LIVE