'Festivalisering' vraagt om decorspecialisten

'Festivalisering' vraagt om decorspecialisten

Spraakmakend decor speelt een toenemende rol in de festivalwereld, evenals opvallende stands en vernieuwend interieur voor beurzen en corporate events. De technische ontwikkelingen daarin gaan snel en de behoefte aan vakmensen is groot. Opleiders zetten de zeilen bij om bij te blijven. “Overal waar beleving centraal staat, zijn ontwerpers nodig.”

Spraakmakend decor speelt een toenemende rol in de festivalwereld, evenals opvallende stands en vernieuwend interieur voor beurzen en corporate events. De technische ontwikkelingen daarin gaan snel en de behoefte aan vakmensen is groot. Opleiders zetten de zeilen bij om bij te blijven. “Overal waar beleving centraal staat, zijn ontwerpers nodig.”

Nederland kent vier hbo’s met de ­studierichting theatre & stage ­design. Het gaat om kleinschalige opleidingen, met ieder jaar enkele afgestudeerden. De Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) biedt in dit veld een vrij breed onderwijspakket aan waarbij ­studenten  kennismaken met decors, kostuums, licht en geluid. De nadruk ligt hierbij op ontwerp, niet op de praktische bouw of uit­voering.  “Onze studenten moeten technische ­tekeningen en begrotingen ­kunnen maken. Binnen de opleiding voeren zij veel zelf uit, maar zij specialiseren op ontwerp, niet op constructie,” legt studieleider Charlotte Poos uit. “Het gaat ons om de ­artistieke visie: hoe beïnvloedt jouw ontwerp de ervaring van de toeschouwer?”

Duurzaamheid voorop

Volgens Poos zijn er drie thema’s die de komende jaren bepalend  zijn voor ­decorontwerp en het onderwijs daarin. Duurzaamheid en circulariteit staan daarbij voorop. “Internationaal groeit de druk om producties groener te maken en richtlijnen, zoals het Britse Theatre Green Book, ­inmiddels ook vertaald naar de Nederlandse praktijk, geven hier steeds meer richting aan.”

Volgens haar leren studenten bij HKU ­nadenken over circulaire materialen, ­modulair bouwen en hergebruik, maar vooral ook om bewuste keuzes te maken en deze te kunnen onderbouwen. “Uiteraard kan het voorkomen dat een professional toch voor andere materialen moet kiezen om aan een opdracht te voldoen. Als er wordt gewerkt met glitter of iets anders dat minder duurzaam is, dan moet je weten wat dat betekent en de keuze kunnen uitleggen vanuit een ethische afweging.”

Foto: Bart Grietens

Digitaal experimenteren

Daarnaast speelt digitale technologie een steeds grotere rol in decors. Waar enkele ­jaren geleden nog slechts werd geëxperimenteerd met AR en VR of digital performance, zijn het nu middelen die worden gebruikt in zowel het ontwerpproces als de uitvoering. Poos: “Studenten worden aangemoedigd te experimenteren met deze tools. Zo zijn ze in hun werk niet alleen vertrouwd met de nieuwste technieken, maar weten ze die ook in te zetten voor hun ontwerpen.”

Studenten worden aangemoedigd te experimenteren met deze tools

Aankomende zelfstandigen

Het derde thema is ondernemerschap en de hybride praktijk waarin de meeste af­gestudeerden terechtkomen. Volgens Poos wordt bijna elke afgestudeerde een zzp’er die werk in bijvoorbeeld het theater combineert met opdrachten voor festivals, exposities of de commerciële sector. “Wij vormen studenten daarom niet alleen ­artistiek, maar leren ze ook zichzelf zakelijk te organiseren en te profileren. Na vier jaar moeten ze hun plek kunnen vinden in het brede werkveld.”

Herkennen en wennen

Omdat onderwijsprocessen volgens Poos vaak traag veranderen en er in de praktijk soms juist snel wordt geïnnoveerd, laat HKU studenten in vroeg stadium samenwerken met professionals uit het werkveld. “Ze herkennen daardoor processen en gesprekssituaties die in de klas worden voorbereid. Tegelijkertijd ontdekken ze dat er in de praktijk eisen worden gesteld aan bijvoorbeeld budgetten, moeten ze wennen aan de ­professionele context en wordt er een beroep gedaan op hun vermogen om zelfstandig beslissingen te nemen.”

Behoefte aan decorontwerpers

Jaarlijks studeren er zo’n 10 studenten af bij Theatre Design in Utrecht. Alumni belanden in de theatersector, bij festivals, evenementen en in de creatieve industrie. Poos: “Er is genoeg werk. Niet iedereen kan direct aan de slag bij de grote gezelschappen, maar de festivalisering van de samenleving biedt juist volop kansen. Overal waar beleving centraal staat, zijn ontwerpers nodig.”

Overal waar beleving centraal staat, zijn ontwerpers nodig

Uitvoerders in opleiding

Waar het HBO zich vooral bezighoudt met het ontwerp van decor, is het MBO juist ­gericht op het vervaardigen daarvan. Nimeto in Utrecht biedt opleidingen voor decor- én standbouw. Voor decorbouw zijn er drie ­niveaus. Op niveau 2 leren ­studenten vooral uitvoerende vaardig­heden. Op niveau 3 is er meer aandacht voor zelfstandigheid en de uitwerking van ideeën, terwijl niveau 4  projectleiders opleidt die ontwerpen ­kunnen omzetten in technische plannen. Het hoogste niveau is dit jaar toegevoegd op aangeven van bedrijven in de sector.

Standbouwers

Voorheen zaten decorbouw en standbouw (niveau 2) in één opleidingsrichting, maar vanwege een grote behoefte aan standbouwers in het bedrijfsleven heeft Nimeto daarvoor een aparte studie opgezet. “Decorbouw draait om maatwerk, creativiteit en materiaalkennis,” zegt onderwijsmanager Wendy Eilers. “Bij standbouw gaat het vaker om efficiëntie, systeembouw en logistiek. Dat vraagt deels om andere vaardigheden waar we nu specifieker aandacht aan kunnen geven.” Die splitsing maakt Nimeto op dit moment de enige school in Nederland die beide richtingen afzonderlijk aanbiedt.

Contact met bedrijfsleven

Nimeto staat volgens Eilers in nauw contact met de sectoren waarin studenten na hun opleiding terecht kunnen voor werk. Stages zijn een verplicht onderdeel van de opleiding en vormen een belangrijk toetsmoment. Eilers: “Bedrijven geven ons veel feedback over de vaardigheden en houding van ­studenten. Ze leveren ook opdrachten voor de opleiding en specialisten uit het vak geven gastlessen. Daardoor kunnen we het onderwijs actueel houden en studenten gericht opleiden voor het werken in de praktijk.”

De aansluiting van MBO’ers op de praktijk in stand- en decorbouw is volgens Eilers hard nodig. “Bedrijven staan te springen om goed opgeleide mensen. Afgestudeerden komen onder andere terecht bij decorbouwers voor theater of televisie, bij bedrijven die stands bouwen voor internationale beurzen of bij evenementen­bureaus en festivals. Zeker in de standbouw is er veel werkaanbod. Wij doen daarom ons best om het aantal studenten te verhogen. Momenteel hebben we zo’n 70 afstudeerders en dat mogen er zeker meer worden.”

Kwaliteit, veiligheid en trots

Opleidingen als die van Nimeto zijn kostbaar volgens Eilers. “Je hebt voor de bouw van grote decors en stands veel plaats en materialen nodig en sommige machines die worden gebruikt kosten een hoop geld. Daar kan niet elke school in investeren. Wij hebben zoals gezegd goed contact met ­bedrijven die soms ook apparatuur ­schenken. Het is belangrijk dat studenten binnen de opleiding leren omgaan met de middelen die ze ook in hun latere werk ­gebruiken. Tegelijkertijd blijft het vak in de kern hetzelfde. De technieken en materialen veranderen, maar de basis blijft: kwaliteit leveren, precisie kunnen toepassen, veilig werken en trots zijn op wat je maakt. Wie dat in de vingers heeft, vindt altijd werk.”

Categorie: Podia & Eventlocaties

Lees dit artikel op EB & LIVE