Interview promoter Rob Hallet: ‘De live-industrie is gezonder dan ooit’

Rob Hallett is een van de bekendste promoters in de internationale live-industrie. De afgelopen veertig jaar werkte hij bij grote bedrijven als AEG Live en eerder dit jaar verkocht hij zijn bedrijf Robomagic aan Live Nation. Interviews geeft Hallett zelden. Tijdens muziekconferentie BIME in het Spaanse Bilbao sprak Entertainment Business- en EB Live-hoofdredacteur Jeroen van Trierum met over zijn carrière en de live-industrie. Hoe is je carrière 38 jaar geleden gestart?
Rob Hallett is een van de bekendste promoters in de internationale live-industrie. De afgelopen veertig jaar werkte hij bij grote bedrijven als AEG Live en eerder dit jaar verkocht hij zijn bedrijf Robomagic aan Live Nation. Interviews geeft Hallett zelden. Tijdens muziekconferentie BIME in het Spaanse Bilbao sprak Entertainment Business- en EB Live-hoofdredacteur Jeroen van Trierum met over zijn carrière en de live-industrie.
Hoe is je carrière 38 jaar geleden gestart?
“Ik was 17 toen ik voor de eerste keer The Sex Pistols zag. Dat was het meest waanzinnige dat ik ooit heb ervaren en ik wilde daar onderdeel van zijn. Ik ontmoette Malcolm McLaren, destijds de manager van de Sex Pistols, in Londen en wist hem ervan te overtuigen dat ik een agent was. Een halfuur later kreeg ik zijn zegen om optredens te gaan boeken. In het muziekblad Sounds stonden advertenties voor optredens, inclusief telefoonnummers.
Ik ben gaan bellen en bluffen. Mijn praatje bestond eruit dat ik de band Sutherland Brothers And Quiver in mijn portfolio had. Zij hadden met Lying In The Arms Of Mary destijds een nummer één-hit. Natuurlijk waren zij veel te druk, maar ik kende wel een nieuw bandje: The Sex Pistols. Na een paar afwijzingen had ik beet. De man aan de andere kant van de lijn vroeg hoeveel hij moest betalen. Daar had ik het met Malcolm niet over gehad. Er werd vijftig pond geboden en ik dacht: wauw! Ik kreeg maandelijks een uitkering van dertig pond en ik vond vijftig dus een goede deal voor een avondje werk.
Uiteindelijk wist ik tien shows te regelen, belde Malcolm en die was blij – tot hij de gage hoorde. Hij wilde minstens 150 per gig en ontsloeg me. Dat had het einde van mijn jonge muziekloopbaan moeten zijn. Maar toen werd ik gebeld door Bernie Rhodes, de manager van The Clash. Hij had gehoord dat Malcolm mij de zak had gegeven en bood me een baan aan. The Clash-zanger Joe Strummer vroeg me om een reggae-act te vinden voor het voorprogramma. Dat werd Tapazuki. Samen gingen we naar Jamaica, waar ik feitelijk alle reggae-acts tekende die niet Bob Marley waren, van Peter Tosh tot The Incrowd. Ik kreeg toen een bericht van een reggaeband uit Birmingham en ging ook met hen in zee. Die band noemde zichzelf UB40. Via een andere klant, Adam Ant, kwam ik in contact met Duran Duran. Met hen werk ik overigens nog steeds. Zij werden de grootste band in de wereld en ik had geluk dat ik wereldwijd uitverkochte stadionshows kon boeken. Toen is het balletje steeds verder gaan rollen.”
Het is net als bij voetbal. Je kunt geen eigen club hebben zonder miljardair te zijn. Als je concerten wilt promoten, is dat eigenlijk ook zo.
Je werkte niet alleen met grote artiesten, maar ook met grote bedrijven.
“Bij Marshall Arts. Ltd (Music Managment & Promotion) veranderde ik van een agent in een promotor. Daar heb ik heel veel geleerd. Na tien jaar werd ik gevraagd om directeur te worden van Meanfiddler Music Group, een pionier op festivalgebied in Engeland en Europa. Na de beursgang werd het bedrijf verkocht aan Live Nation, waarna ik de Europese tak AEG Live heb opgestart. Na tien jaar begon het weer te kriebelen. De punker in me kwam naar boven en ik startte mijn eigen bedrijf Robomagic. Na een paar jaar zag ik dat de muziekwereld compleet veranderd was. Het is net als bij voetbal. Je kunt geen eigen club hebben zonder miljardair te zijn. Als je concerten wilt promoten, is dat eigenlijk ook zo. Ik ben met Live Nation gaan praten en Robomagic werd onderdeel van dat bedrijf. Het welkom was zeer warm, zeker als je weet dat ik bij AEG hun grote concurrent was.”

Duran Duran
Anno 2018 werk je in een compleet andere industrie. Blijven die veranderingen komen?
“Onze industrie is cyclisch, maar gaat tegelijk met de tijd mee, dus veranderingen horen daarbij. De live-industrie is gezonder dan ooit. Er zijn constant nieuwe bands, nieuwe concerten en festival en venues vinden zich zelf voortdurend opnieuw uit.”
Een van de nieuwigheden is het gebruik van hologrammen. Wat vind je daarvan?
“Ik zie ze niet als een volwaardige vervanging van de live-ervaring. Zo wilde ik voor Leonard Cohen een optreden op een bijzondere plek regelen. De locatie werd het Ierse Lissadell House in County Sligo. Hier woonde ooit de dichter W.B. Yeats. Tijdens het concert luisterden meer dan 30.000 mensen, ademloos en in de stromende regen, naar Cohen. Die ervaring kan simpelweg niet worden vervangen door een hologram. Al begrijp ik goed dat toekomstige generaties daar waarschijnlijk anders over denken.”
Naast het boeken van shows ben je ook vaak zelf aanwezig tijdens de optredens.
“Jon Bon Jovi roept altijd: ‘Als ik er kan zijn, dan kan jij dat ook’. Hij en veel andere artiesten vinden het fijn als ik er bij ben en dat is natuurlijk fantastisch. Je ziet iedere avond mooie shows en maakt bijzondere dingen mee. Zo besloot Usher ooit dat hij samen met zijn bodyguard en mij vroeg in de morgen het Plein van de Hemelse Vrede in Peking wilde bezoeken. We waren er nog maar net toen een groep schreeuwende kinderen op ons af kwam rennen. Ze kwamen echter niet voor Usher; de kids dachten dat zijn bodyguard een beroemde NBA-basketballer was! En zo zijn er honderden mooie verhalen te vertellen. Ik heb simpelweg het geluk gehad om te werken met artiesten die ik bewonder.”
Een van de dingen die ik al vroeg leerde was dat je je eigen smaak thuis moet laten, als je in deze business succesvol wilt zijn.
Waren er ook acts die je in muzikaal opzicht niet raakten?
“Een van de dingen die ik al vroeg leerde was dat je je eigen muzikale voorkeuren thuis moet laten, als je in deze business succesvol wilt zijn. Ik denk dat ik betrokken ben geweest bij meer dan 100.000 shows en die waren natuurlijk niet allemaal mijn smaak. Het merendeel gelukkig wel.”

Leonard Cohen
Van wie was je zelf echt fan?
“Leonard Cohen. Ik kwam op het punt dat ik na al die grote namen wilde werken met iemand die ik oprecht bewonderde. Het probleem was dat Cohen niet wilde optreden. Hij dacht dat niemand meer op hem zat te wachten. Ik ben vijf jaar bezig geweest om Leonard te overtuigen dat dit beslist niet het geval was. Mijn voorstel was: ga in een studio zitten met een band en maak muziek. Als het na een paar maanden goed voelt, dan praten we verder. Zes maanden en een miljoen dollar later kreeg ik een belletje dat hij er klaar voor was. In een studio in Los Angeles ging ik op een bankje zitten en kreeg de meest waanzinnige ervaring van mijn leven. Leonard, de band, de muziek en ik. Hij twijfelde echter nog steeds of er wel mensen waren die een kaartje wilden betalen om hem te zien. Ik mocht zes shows in Noord-Canada organiseren. Die waren in een paar seconden uitverkocht. Het gevolg was een wereldtour van 365 shows. Daar ben ik nog steeds heel trots op.”
Een andere mijlpaal moet de 21 Nights In London-tour van Prince zijn geweest.
“Toen hij met het voorstel kwam om 21 keer op te treden in de 16.000 plekken tellende O2 Arena dacht ik: dat gaat nooit lukken. Prince kende echter geen twijfel. Ik ging met hem mee, maar vertelde wel dat de laatste zeven optredens waarschijnlijk ergens in een jazzcafé plaats zouden vinden. Om zoveel mogelijk aandacht voor de tour te genereren, sloten we een deal met Mail On Sunday, die het nieuwe Prince-album zou weggeven. De krant had toen een oplage van 3,5 miljoen exemplaren. Sony was ongelofelijk kwaad en verbrak het contract met de artiest. In een interview met Music Week heb ik mijn mening daarover niet onder stoelen of banken gestoken. Sony zou van die plaat in de UK zo’n 70.000 stuks hebben verkocht, waarvoor Prince 70.000 pond zou hebben gehad. Dankzij deze deal ontving hij een miljoen. In het interview gebruikte ik enkele krachttermen. De volgende avond zocht Prince mij op. Hij maakte van zijn vingers een kruisvorm en siste daarbij. Ik bood meteen mijn excuses aan. Het ging hem echter om de ‘F-bombs’, niet om mijn tirade tegen Sony. Hij fluisterde: ‘Wie scheldwoorden gebruikt, rot van binnen weg.’ Die sexy motherfucker…”
Mogen we ooit een boek over al die ervaringen tegemoet zien?
“Dat is mij meerdere keren gevraagd. Eerlijk gezegd ben ik drukker dan ooit, dus of het er ooit van gaat komen…”
Categorie: Live