Column Koos Zwaan: Diversiteit hoort ook aan de bestuurstafel

Column Koos Zwaan: Diversiteit hoort ook aan de bestuurstafel

Als je naar de charts kijkt, zie je een bonte verzameling van artiesten van verschillende genders, achtergronden, stijlen en genres. Popmuziek is divers, en dat is maar goed ook. Maar wie in de bestuurskamers van de muziekindustrie kijkt, ziet een ander plaatje. Zeker in de VS zijn de mensen in de top van de muziek­industrie nog opvallend vaak wit en man.

Als je naar de charts kijkt, zie je een bonte verzameling van artiesten van verschillende genders, achtergronden, stijlen en genres. Popmuziek is divers, en dat is maar goed ook. Maar wie in de bestuurskamers van de muziekindustrie kijkt, ziet een ander plaatje. Zeker in de VS zijn de mensen in de top van de muziek­industrie nog opvallend vaak wit en man.

Dat blijkt opnieuw uit een recent rapport van de USC Annenberg Inclusion Initiative, dat zij in samenwerking met TuneCore en Believe publiceerden en presenteerden tijdens afgelopen editie van SXSW. In dit onderzoek wordt gekeken naar de samenstelling van het hogere management (in totaal 2.793 functionarissen op VP-niveau en hoger) van 106 Amerikaanse muziekbedrijven verdeeld over 5 categorieën: music groups, labels, publishing, streaming en distributie. Wat blijkt? Slechts 13,2% aan de top is vrouw, en minder dan 8% van het hogere management zijn mensen van kleur. Vrouwen van kleur? Slechts 5,3%.

Nu is de focus van dit rapport de Verenigde staten, maar het zou naïef zijn om te denken dat het in Nederland allemaal veel beter is geregeld. Ook hier is de ­samenstelling van de groep creatieve makers een stuk diverser dan de ­geledingen in de bestuurskamers. Maar gelukkig groeit het bewustzijn – én de actie. Een goed voorbeeld is Rise Up, het programma van BumaStemra dat zich inzet voor een inclusievere muziekindustrie. Het programma ondersteunt de ­positie van vrouwen in de muziekindustrie, en probeert barrières weg te nemen die hen belemmeren volwaardig mee te doen. Rise Up is een belangrijke stap, juist omdat het de (vrouwelijke) makers als rolmodellen centraal zet

Ook de academische wereld draagt haar steentje bij. Bij de Erasmus Universiteit Rotterdam houdt het onderzoekscentrum Rotterdam Popular Music Studies (RPMS) zich bezig met allerlei vraagstukken rond diversiteit, representatie en maatschappelijke impact binnen popmuziek. Zo kijken onderzoekers naar hoe gender en etniciteit een rol spelen in de kansen van artiesten, en naar de sociale waarde van livemuziek in stedelijke contexten. Het mooie aan RPMS is dat het wetenschappelijk onderzoek koppelt aan wat er daad-werkelijk in het veld gebeurt – bijvoorbeeld via samenwerking met ESNS, of via het onderzoek dat zij onlangs publiceerden over de Fair Pop Pilot voor de Ketentafel Popmusici.

Als lector Innovation in the Music Industry zie ik hoe belangrijk het is dat we niet ­alleen innoveren in technologie of verdienmodellen, maar ook in sociale structuren. Want laten we wel wezen: een sector die zó sterk leunt op divers talent, zou dat ook moeten weerspiegelen in wie de beslissingen neemt.

Wat ik hoop is dat we in de muziekindustrie gaan zien dat diversiteit geen ­‘extraatje’ is, maar essentieel voor de vernieuwing en legitimiteit van ons ecosysteem. Meer verschillende stemmen aan tafel betekent andere ideeën, ­andere perspectieven, en vaak gewoon betere beslissingen. Dat vraagt om lef: om oude structuren los te laten en nieuwe vormen van leiderschap te omarmen. Niet als een verplicht nummertje, maar als een logische stap richting een eer­lijker en sterker ecosysteem.

Muziek is al divers – nu de bestuurskamer nog.

Koos Zwaan

Koos Zwaan is lector Innovation in the Music Industry en lab lead van het International Music Industry Lab aan Hogeschool Inholland.  Zijn onderzoek richt zich op het helpen creëeren van een gezondere en duurzamere muziekindustrie. Hij behaalde zijn PhD met een proefschrift over de loopbaanontwikkeling van Nederlandse popmuzikanten.

Categorie: Algemeen

Lees dit artikel op EB & LIVE